Respect Online #39: ‘Het schuurt ……..’.

Geplaatst op 24 november 2021 door René Graafsma

In ‘aanloop’ naar een komende reeks over de ‘kloven tussen leefwerelden en systeemwerelden’ deze Respect Online #39 met een toespraak die als een ‘klassieker’ kan worden gezien.
Ga er s.v.p. even voor zitten, ………..

De artikelen die hierop gaan volgen zijn gebaseerd op het
boek “Als het schuurt tussen Leefwereld en Systeemwereld”
van Reinout Woittiez.

Heel graag: een aanrader!

Morele fitheid
Uit dit boek: “Morele fitheid begint bij het besef van morele vraagstukken. Een moreel vraagstuk doet zich in een organisatie voor wanneer het schuurt, botst en ongemak geeft tussen waarden en perspectieven die in het geding zijn., wanneer eigen normen en waarden niet zomaar in het verlengde liggen met de normen en waarden van collegae of met de systeemwereld van de organisatie”.

Vervolg
De vervolgartikelen bespreken dilemma’s die voortkomen uit het schuren van de leefwerelden en systeemwerelden.

Minister Ien Dales ,
overleden 10 januari 1994

Toespraak van de Minister van Binnenlandse Zaken drs. C.I. Dales, op het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 12-13 juni 1992 te Apeldoorn

‘Om de integriteit van het Openbaar Bestuur’

Integriteit van het bestuur

Wat mij als minister van Binnenlandse Zaken zeer bezig houdt en beroert is de integriteit van het Openbaar Bestuur. Het lijkt mij goed om in deze kring van bestuurders vandaag over dit thema, dat eigenlijk onze voortdurende aandacht behoeft, te spreken. Een thema dat uitstijgt boven de beleids-themata, die bij gelegenheden als dit VNG-congres gebruikelijk zijn.

Integriteit van het bestuur is immers niet van nature gegeven. Zij kan op verschillende manieren onder druk komen te staan. Het gaat mij daarbij niet zozeer om fraude en corruptie in het bestuur – maar vooral om machtsbederf. Ik moet wellicht wat duidelijker worden over het begrip “machtsbederf”. Fraude en corruptie zijn zwaar beladen termen, die een afgebakende strafrechtelijke inhoud hebben. Machtsbederf is breder, het draagt het element van ontbinding, verval, vervaging van normen, in zich. Het gaat mij om het sluipend gevaar van bezoedeling van de ambtelijke en politieke reputatie, van aantasting van integriteit van bestuurders, van ontkenning van de hoge waarden waarvoor de democratische rechtsstaat staat. Machtsbederf kan ‘in the end’ leiden tot gecorrumpeerd worden, corruptie en fraude.

Ontwikkelingen die tot waakzaamheid nopen

Is er reden om ons ernstig zorgen te maken over bedreigingen van de integriteit van het Openbaar Bestuur? Natuurlijk moeten we de zaak niet onnodig dramatiseren. Politiek en bestuur zijn mensenwerk. Politici en ambtenaren staan in tal van situaties aan verleidingen bloot. Een enkeling bezwijkt voor de verleiding om de gelegenheid die het ambt biedt, ten eigen voordele aan te wenden. Dat is in zekere zin onvermijdelijk, maar dat betekent natuurlijk niet dat dergelijke gebeurtenissen met de mantel der liefde moeten worden bedekt. De norm is immers duidelijk. Hoe groot de verleidingen ook moge zijn, van politici, bestuurders en ambtenaren moet worden geëist dat zij integer zijn. Zij zijn door hun ambtseed daaraan gebonden. Maar ik meen wel dat er ontwikkelingen zijn, die ons tot waakzaamheid nopen. Ik zal dit illustreren.

– het niet zo nauw nemen met democratische spelregels

Met een zekere regelmaat gebeurt het dat vertrouwelijke of geheime informatie van de overheid onbevoegd naar buiten wordt gebracht, naar de media wordt gelekt. Om een voorbeeld uit mijn praktijk te noemen, het is voorgekomen dat er bij vertrouwenscommissies bij burgemeestersbenoemingen informatie over kandidaten naar buiten is gebracht. Dat mag niet gebeuren. Het is wezenlijk dat het beraad over kandidaten vertrouwelijk gevoerd kan worden. Niet alleen wordt bij lekken de privacy van kandidaten geschonden, ook het selectieproces dat er toe strekt de beste man of vrouw op de juiste plaats te kunnen benoemen, loopt grote schade op. Ook komt het voor dat er ‘gelekt’ wordt over het beraad in de ministerraad. De beraadslaging van de ministerraad zijn vertrouwelijk. Dat heeft goede redenen. Daardoor wordt het intern beraad beschermd. Het intern beraad moet frank en vrij, zonder de hypotheek van de openbaarheid gevoerd kunnen worden; open en openhartig, maar niet openbaar. Dat geldt overigens ook voor intern ambtelijk beraad en voor collegeberaad bij provincies en gemeenten. In de democratie gaat het om rechtstreeks en gemeen overleg tussen bewindslieden en volksvertegenwoordiging.

Het ontijdig naar buiten brengen van niet afgeronde en onvolledige beleidsvoornemens frustreert het overleg met de volksvertegenwoordiging. Het naar buiten brengen van vertrouwelijke informatie heeft niets te maken met het dienen van openbaarheid. Het beginsel van openbaarheid van bestuur is een groot, ook in de Grondwet verankerd, goed. De Wet openbaarheid van bestuur garandeert dat wat openbaar dient te zijn, ook openbaar kan worden. Eveneens stelt de Wet openbaarheid van bestuur grenzen aan de openbaarheid. Het in acht nemen van die grenzen is wezenlijk voor het goed kunnen functioneren van de overheid. Het lekken van vertrouwelijke informatie is fnuikend voor de kwaliteit van het bestuur en voor de democratische spelregels. Aan dat lekken liggen vrijwel altijd verkeerde motieven ten grondslag. Degene die lekt, dient daarmee eigen belangen, wil zich graag belangrijk voordoen of denkt daar anderen een dienst mee te bewijzen; het gaat hem daarbij niet om het dienen van het algemeen belang.

– gevaar van oneigenlijke beïnvloeding van politieke besluitvorming en corruptie van overheids- en semi-overheidsfunctionarissen

Het gevaar van manipulatie van en infiltratie in de politieke besluitvorming door vertegenwoordigers van buitenlandse mogendheden, waarbij criminele oogmerken veelal voorop staan, is een betrekkelijk nieuw verschijnsel in Europa. De maffia-achtige praktijken zoals die zich in een aantal andere landen hebben kunnen ontwikkelen, nopen ons tot waakzaamheid. Nederland heeft een open economie en streeft traditioneel naar open betrekkingen, zowel in financieel en economisch opzicht als voor wat betreft zijn maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Het zou naïef zijn er van uit te gaan dat Nederland geheel zou kunnen ontkomen aan de import van negatieve randverschijnselen, die een veiligheidsrisico voor de democratische rechtsorde inhouden. Beïnvloeding door georganiseerde misdaad doet zich veelal voor in de vorm van systematische corrumpering van politici, overheids- en semioverheidsfunctionarissen. aangewakkerd door de grootte van het materiële voordeel en in de hand gewerkt door toenemende normvervaging, vindt corruptie doorgaans plaats in de vorm van omkoping of via het plaatsen of rekruteren van handlangers in sleutelfuncties bij overheid en bedrijfsleven. Gelukkig zijn er in Nederland nog maar spaarzaam aanwijzingen voor dit soort praktijken. Wel wil ik stellen dat het gevaar zich in een eenwordend Europa met meer nadruk aandient. Een afwachtende houding ten opzichte van deze verschijnselen kan niet worden ingenomen en wordt dan ook niet ingenomen. Soms moet worden ingegrepen, zoals gebeurd is door de Binnenlandse Veiligheidsdienst bij de Surinaamse infiltratie in politiediensten. De BVD verricht verder een oriënterend onderzoek om een beeld te krijgen van die sectoren die voor infiltratie het meest gevoelig lijken te zijn. Het gaat niet alleen om dit soort, om het zo te zeggen, spectaculaire bedreigingen. Er zijn vele situaties binnen het bestuur die tot fraude of corruptie aanleiding kunnen geven. De ene dienst is daar naar de aard van de taken meer gevoelig voor dan de andere. Het gaat om een zeer grote verscheidenheid van sectoren, variërend van politie, sociale dienst, bouw- en woningtoezicht, vreemdelingenzaken, publieke werken enz..

– de geruchtenstroom en de reactie daarop
Iets wat mij ook zorgen baart, zijn de geruchten en verhalen die van tijd tot tijd in de media en elders de ronde doen over ongerechtigheden in het bestuur. Het lijkt de laatste tijd wel elke week weer raak in de media. Dat die verhalen, vooral wanneer zij journalistiek nauwkeurig gecheckt zijn, worden gepubliceerd is goed. Het maakt duidelijk dat de media hun rol als “waakhond” van de democratie serieus nemen. Het signaleren van publieke misstanden is een onderdeel van die waakhond-functie. Ik word echter niet altijd vrolijk van de reactie van de politiek verantwoordelijke bestuurders op die verhalen. En die reactie is essentieel! Het is van tweeën één: of een gerucht blijkt waar te zijn en dan moet het politiek verantwoordelijk bestuur onverwijld maatregelen treffen, of een gerucht is onwaar: dan moet het politiek verantwoordelijk bestuur, ook ter bescherming van de reputatie van betrokken bestuurders en ambtenaren, het gerucht publiekelijk ontzenuwen. Wat uitermate schadelijk is, is dat deze geruchten in de publieke opinie blijven hangen; dat doet afbreuk aan het aanzien van de politiek en het bestuur.

Remedies

Er is geen standaardrecept voor alle genoemde kwalen. Wel is er een aantal algemene opmerkingen te maken.

– moraal van bestuurders en ambtenaren

Als we willen spreken over wat gedaan kan worden om normvervaging en machtsbederf tegen te gaan, is het goed om ons af te vragen wat eigenlijk van politici, bestuurders en ambtenaren verwacht mag worden. In abstracto is dat heel eenvoudig. Zij dienen bij de uitoefening van hun taak de daarvoor geldende regels, de wet en ook de beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen; de grondrechten van de burgers te respecteren. Er zijn tal van geschreven en ongeschreven regels waaraan politici, bestuurders en ambtenaren moeten voldoen. Ambtenaren vinden die regels onder meer in hun rechtspositieregelingen. Politici en bestuurders leggen bij de aanvaarding van hun ambt een zuiveringseed af. Er zijn formeel-wettelijke bepalingen over welke functies niet met hun ambt verenigbaar zijn en er zijn bepalingen over welke handelingen verboden zijn. Van politici, bestuurders en ambtenaren wordt een hoge moraal, hoge zuiverheid gevraagd. Zij behoren zich – ook buiten de directe uitoefening van hun ambt – te onthouden van gedragingen die het vertrouwen in een goede uitoefening van hun ambt kunnen schaden. Dat vraagt een bepaalde mentaliteit. Er zijn nu eenmaal dingen die je als bestuurder – en overigens ook als ambtenaar – niet moet willen. Men moet zich permanent bewust zijn van de eisen die de bestuurlijke zuiverheid stelt, bijvoorbeeld bij het aanvaarden van nevenfuncties en declaratiegedrag.

– voorbeeldfunctie politieke en ambtelijke top

De ambtelijke en politieke top dient zich ervan bewust te zijn dat zij de cultuur van de aan hen toevertrouwde dienstonderdelen in hoge mate beïnvloeden. Een gedegen leiderschap is voor het bevorderen van een positief gerichte groepscode met hoge ethische normen zeer belangrijk. De voorbeeldfunctie van fatsoenlijke managers is wezenlijk om drempels tegen normvervaging bij de uitvoerders op te werpen. Zeker van hen wordt moed, karakter en zichtbare onkreukbaarheid gevraagd. Daarbij gaat het niet alleen om het zelf nalaten van normovertredingen; ook het niet actief optreden tegen normvervaging binnen de organisatie, het bewust even een andere kant opkijken, is fnuikend. Wie zich van deze voorbeeldfunctie niet bewust is en zich daar niet naar gedraagt, brengt de hem toevertrouwde organisatie in gevaar.

 – organisatiestructuur

De overheid kent een hiërarchische organisatie. Alles wat de organisatie doet of nalaat wordt de politiek bestuurder toegerekend. Daarom vormt de politieke bestuurder de top van de piramide. Dat moet ook zo zijn, want daardoor is hij of zij aangrijpingspunt voor democratische controle op het bestuur. Dit stelsel van democratische controle vraagt om een zodanige structuur van de organisatie, dat de verantwoordelijk bestuurder ook daadwerkelijk in staat wordt gesteld om zijn politieke verantwoordelijkheid te dragen. Hiërarchie mag een open en kritische interne communicatie niet schuwen. Een verstopte communicatiestructuur schept vervreemding en wantrouwen tussen leiding en uitvoerders. De uitvoerders worden geïsoleerd en de leiding kan feitelijk geen verantwoording dragen voor de uitvoering. Een open en geëngageerd lijnmanagement draagt ook bij aan de preventie van fraude en corruptie. Het is van belang dat binnen de organisatie een zodanige structuur en cultuur bestaat dat ook problemen met betrekking tot fraude- en corruptiegevoeligheid op de verschillende niveaus bespreekbaar blijven, zonder dat men zich bedreigd voelt. In de sfeer van opleiding zal meer dan tot nu toe gebruikelijk aandacht aan de ambtsethiek moeten worden gegeven. Het uitreiken van het ARAR of andere rechtspositieregelingen bij in diensttreden en een abstract verhaal over de beginselen van de rechtsstaat is niet toereikend. De vrij abstracte regels van ambtsethiek zullen vertaald moeten worden in praktische werkregels voor de omgang met de burger, ook met het oog op preventie van fraude en corruptie. Deze werkregels zullen steeds moeten worden toegespitst op de speciale situatie en taak van het betrokken dienstonderdeel.

Permanente waakzaamheid

Bij politici en bestuurders bestaat de verleiding om de gevallen waarin evident sprake is van fraude of corruptie te reduceren tot incidenten, die repressief (intern disciplinair of strafrechtelijk) kunnen worden bestreden. We zien die gevallen het liefst als betreurenswaardige incidenten. Zelfs kan het gebeuren dat men uit verlegenheid simpelweg de andere kant op kijkt. De erkenning dat er sprake zou kunnen zijn van een structurele aantasting van de integriteit van de overheid past immers niet in het beeld van de overheid als drager van de democratische rechtsstaat. De opvatting dat het alleen om incidenten gaat, kan het besef verduisteren dat machtsbederf een sluipend virus is dat zich in de structuur van de overheid kan nestelen. Dat daar een voedingsbodem kan vormen voor ambtsmisbruik. De bestrijding daarvan vraagt meer dan een incidentenpolitiek. Het vraagt om permanente waakzaamheid van de politieke en ambtelijke top, zowel bij het rijk als lokale overheden. We spreken de laatste tijd veel over de kwaliteit van de overheid. Welnu, integriteit is voor het overheidshandelen een kwaliteitseis bij uitstek. Het bewaren en beschermen van de integriteit van het bestuur dient dan ook een normaal onderdeel te zijn van kwaliteitszorg binnen de overheid op alle niveaus. Ik heb een aantal elementen daarvoor aangedragen.

Afsluiting

Nederland is een democratische rechtsstaat. Dat begrip draagt uitdrukkelijk het element van integriteit in zich. Een overheid kan niet én rechtsstaat zijn én niet integer. Een niet-integere overheid kan de rechtsorde niet handhaven. De overheid is óf wel óf niet integer. Een beetje integer kan niet. En met de integriteit van de overheid valt of staat het bestuur; aantasting van de integriteit van de overheid betekent niet minder dan dat de overheid het vertrouwen van de burgers verliest. En zónder dat vertrouwen van de burger kan de democratie niet. Dan is er geen democratie meer. Dat is een beklemmend beeld. De verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de integriteit van het Openbaar Bestuur deel ik met u. Wie de integriteit laat aantasten, tast het vertrouwen van de burger is het bestuur, en daarmee de democratie in haar wortels aan.

Abonneren / deelnemen Respect Online

Respect Online #38: Verlies van tijd.

Een bericht zoals verzonden aan de leden van de Tweede Kamer.

Sinds wanneer is de waarheid een systeemrisico?”.

Aan de leden van de Tweede Kamer,
Geachte heer, mevrouw,

Dank
U, met u de overheid, staat voor grote uitdagingen. Hartelijk dank dat u de berichten van deze zijde steeds tot u neemt en er ook op reageert. Dat zal zeker niet meevallen met een grote stroom aan informatie en meningen die u moet verwerken. Er zijn steeds meer aanleidingen om een toename van uw ‘overload’ te kunnen begrijpen. Met ook steeds meer druk en spanningen. Dank u, nogmaals. Respect!

Issues
Het gaat steeds ergens om. Een centrale vraag kan zijn of u ‘daar zit’ om u te kunnen inzetten voor bepaalde waarde en normen, het geld, of macht? Wat denkt u dat men van u daarbij bedenkt? Het lukt de overheid niet allemaal zo met de bekende zaken zoals:

  • de toeslagenaffaire;
  • met de woekerpolissen;
  • de pensioenen;
  • het integratiebeleid;
  • het klimaat;
  • Groningen;
  • corona;
  • de gezondheidszorg;
  • het wonen;
  • het onderwijs;
  • de veiligheid;
  • enzovoort.
    Het opsommen van zo’n rijtje is als het slaan van een bewusteloze.

Organisatie
Ten opzichte van de georganiseerde misdaad heeft de overheid een nadeel: erg georganiseerd lijkt het allemaal niet. Men praat wel over samenwerken, maar met de huidige formatieperikelen blijkt men nog maar nauwelijks – tot niet – tot een verdeling van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in staat.

Druk
Het is iets meer dan een hypothese dat u te druk bent met u zelf en met elkaar om (nog) signalen uit de samenleving op te vangen. Er is al veel over gezegd en geschreven, uiteindelijk zitten er toch structuren en lijnen in, die kunnen worden toepast in modelstudies. Als voorbeelden: in het klein bijvoorbeeld de kennelijk gelegaliseerde misleiding bij de Consumentenbond met een voorzitter van de Raad van Bestuur in het dossier aan de zijlijn, buiten het veld. Wat groter: de niet door toezichthouders gecorrigeerde verzekeraars, almachtig in juridificaties. (Waarop op korte termijn wel voortgezette initiatieven zullen volgen, uit ‘het dossier’ resulterend). Het zijn maar voorbeelden van dossiers.

Keuzes
Niet alleen bij de bovengenoemde collectieve zaken, maar uiteindelijk bij zoveel individuen van ondernemers, tot gezinnen en enkelingen zoals, tja sorry, een Dascha zien we nu dat zelfs, en misschien wel juist, er blijkbaar redenen zijn voor de overheid er toe te besluiten over te gaan te kiezen voor het misleiden, bedriegen, bedreigen, frauderen, valsheid in geschrifte, verduisteren, het framen van het tegengeluid. Ga er maar aan staan, als Tweede Kamer.

Bedreigingen
U moet onder druk van toenemende bedreigingen, onmogelijke verwachtingspatronen, een gebrek aan middelen, boterzachte tegenmacht er maar iets van zien te maken. En dat terwijl de organisatie van de overheid, in tegenstelling tot de misdaad, er maar niet lijkt te komen.

Spel
Bedreigingen vanuit het systeem moet het individu helaas dagelijks ervaren. U dus ook.
Al eerder gezegd: “Ze spelen een spel, ze spelen het spel dat ze geen spel spelen. Als je niet mee doet word je verstoten, als je wel mee doet: word je gek”. Met mijn onderzoek, naar de feiten, in het woekerpolisdossier, het pensioendossier, en met die ervaring ook het (bijna) perfecte moorddossier van Dascha is onomstotelijk duidelijk geworden dat het voor een teamverband – zoals uw Tweede Kamer – van belang is dat er een afstemming blijft ten aanzien van de systeemanalyses en de daaruit volgende methodologie. Dan klinkt het veel gehoorde ‘uit onderzoek blijkt’ ten minste niet als een uiting onder invloed van inflatie. Als belangen die meningen bepalen.

Angst
Als het systeem zijn zin niet krijgt verandert het de spelregels, dat is gewoon een natuurwet. Door de bovengenoemde onderzoeken ben ik, helaas, in aanraking gekomen met informatie over nieuwe vormen van bedreigingen als transities van de reeds bestaande. Het gaat heel anders worden, nog meer dichterbij. We zitten nu in een fase waarbij de samenleving dreigt te desintegreren door het over en weer, door gepolariseerde groepen, instrumentaliseren van geïndividualiseerde en geïsoleerde angst. Bij bijvoorbeeld het corona fenomeen is nog een rationele inhibitie mogelijk maar die lijkt, door – het is een mening: door het niet luisteren naar elkaar, het wederzijds niet ontvangen en alleen maar zenden – belanghebbende vooringenomenheden te worden uitgeschakeld. Met alle traumatiserende gevolgen voor de partijen over en weer.

Reflexen
Zoals gezegd: de misdaad is georganiseerd, de overheid toont dat beeld niet. De misdaad past zich aan, waarbij de overheid steeds bezig is zich zelf verder te verliezen. Het spel ontwikkelt zich door, als de kloven zich blijven verdiepen, wat nu lijkt te gaan gebeuren. Helaas heb ik kunnen vernemen, door contacten die meer van de werkelijkheid laten zien, dat er vormen van acties worden ontwikkeld waarbij enige vorm van rationele inhibitie is uitgesloten. Deze acties hebben een dusdanige aard dat er een veel diepere impact zal plaatsvinden in het limbisch systeem, misschien zelfs tot niet veel hoger dan de hersenstam: de acties zullen slechts en alleen al slagen omdat het op niets meer en minder aankomt dan het oproepen van niet verhinderbare reflexen. Vandaar mijn, hier herhaalde verzoek, in de gelegenheid geholpen te worden in contact te kunnen komen met de NCTV.

Het onvoorstelbare
Het is te hopen dat u, als Tweede Kamer, als Tweede-Kamer-lid, zich over het onvoorstelbare (zoals een perfecte moord, een perfecte terreuraanslag) laat informeren. Die komt niet van bovenaf, maar van onderaf: waarop het nieuwe model acties zich richt. Als er niet naar elkaar geluisterd gaat worden dan heeft het aanstaande debat van komende dinsdag geen enkele zin. Net zoveel zin als een kabinetsformatie die met net zoveel van het zelfde aan onderling chagrijn, met niet alleen de parlementaire enquêtes als handwapens, de kortste weg vormen naar het ravijn. Het is verloren tijd.

Het leven delen is een keuze.

Deelnemen.

Respect Online #37: Hoe verder met Europa?

Auteur: Leo Klinkers

november 2021

Europa in zwaar weer
De Europese Unie verkeert in zwaar weer. Er ontstaan steeds meer conflicten. Landen als Polen, Slovenië en Hongarije maken ruzie omdat de Unie hun interne rechtsorde ondermijnt. Noordelijke staten verzetten zich nog steeds tegen financiële overdrachten aan zuidelijke staten. Over kwesties als, bijvoorbeeld, versterking van de euro, immigratie, klimaat, juridische controle (wie is de baas?) en bestrijding van de pandemie, lopen de standpunten fundamenteel uiteen. En als we kijken naar de geopolitieke ontwikkelingen, speelt de Europese Unie geen rol. Zo staat zij buitenspel in het Aukus-akkoord waarmee de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië de invloed van China in de Zuid-Chinese Zee proberen in te dammen. Intussen woeden er politieke vuren rond de Unie zonder dat zij daar een positieve invloed op heeft. Zie de onrust in Wit-Rusland, in Palestina-Israël-Iran, in Libië, Tunesië, Marokko en Algerije. En vergeet niet dat Rusland, na de geslaagde diefstal van delen van Georgië en Oekraïne, waarschijnlijk zal toeslaan in de Baltische Staten als de NAVO een oogje dichtknijpt. Aan de westkant van de Unie heeft Brexit een politiek en economisch gat geslagen.

Identiteitscrisis
Het is een bekende zaak. Maar de vraag is: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe is de Europese Unie, als mooi voorbeeld van samenwerking tussen landen, verworden tot een organisatie die blijkbaar in een ernstige identiteitscrisis verkeert? Begrijpen voldoende mensen dat een identiteitscrisis de laatste fase is voordat een organisatie ineenstort?

Federalisme
De Federale Alliantie van Europese Federalisten (FAEF) heeft een antwoord op deze vragen. Het is een kleine organisatie die federalistische bewegingen en pro-Europese organisaties in een federale context wil verenigen. Met enkele diepgaande analyses heeft FAEF de afgelopen jaren uiteengezet hoe de Europese Unie, zeventig jaar na het begin van de Europese samenwerking, nu aan het einde van haar politieke levenscyclus is gekomen. Uit deze analyses blijkt dat de EU er aan de buitenkant uitziet als een glanzende appel. Maar aan de binnenkant is zij verrot.

Eigen belangen en democratisch tekort
De hoofdoorzaak is volgens FAEF de gebrekkige juridische constructie van de Unie. Haar basis is een stelsel van verdragen. Deze vertegenwoordigen echter niet het algehele Europese belang, maar alleen de nationale belangen. Dit blijkt vooral uit het grote aantal uitzonderingen in deze verdragen. Voordat landen bereid zijn een verdrag te ondertekenen, onderhandelen zij over uitzonderingen of concessies voor hun eigen land. Geen enkele lidstaat van de Unie voelt zich mede-eigenaar van Europa, maar zit in het EU-systeem om de eigen nationale belangen te optimaliseren en te verdedigen wanneer deze door de EU worden bedreigd. En dan hebben we het nog niet eens over het zogenaamde democratisch tekort. Dit is het van bovenaf nemen van bindende besluiten voor alle Lidstaten zonder een normaal systeem van politieke verantwoording. De Europese Commissie is geen verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement, dat immers geacht wordt het Europese volk te vertegenwoordigen. Nog ernstiger is de almachtige positie van de niet-gekozen Europese Raad van 27 staatshoofden en regeringsleiders.

Constitutionele basis
FAEF pleit voor een constitutionele basis voor de EU in plaats van de verdragen die fungeren als het drijfzand waarin de EU zal verdwijnen. Voor landen en regio’s die gemeenschappelijke belangen willen behartigen zonder hun soevereiniteit te verliezen, is er maar één staatsvorm die past: een federale staat. Alleen zo’n staat kan gemeenschappelijke belangen behartigen en tegelijkertijd de soevereiniteit en culturele identiteit van die landen/regio’s garanderen. Een perfecte oplossing voor Europa. Zeker na zoveel verwoestende oorlogen.

Niet nieuw
Deze kennis is niet nieuw. Na de oprichting van de eerste federale staat in Amerika in 1787-1789 zijn er tientallen pogingen geweest om ook van Europa een federale staat te maken. Die mislukten allemaal. Terwijl zevenentwintig federale staten nu iets meer dan 42% van de wereldbevolking herbergen, lijdt Europa aan de systeemfouten van een Unie zonder constitutionele, democratische basis.

Federale grondwet
FAEF bevestigt wat in de geschiedenis van Europa al vele malen is vastgesteld: voor een federale staat heb je een federale grondwet nodig. Verdragen zijn daarvoor niet alleen waardeloos, zij zijn ook de grondoorzaken van een uiteindelijke ondergang. Alleen een goed opgezette federale grondwet garandeert de democratische vertegenwoordiging van gemeenschappelijke belangen met behoud van de soevereiniteit van de burgers en de lidstaten.

Doodsteek
Nu de Europese Unie in de zomer van 2021 een Conferentie over de toekomst van Europa heeft geopend, organiseert FAEF een eigen Citizens’ Convention. De reden is eenvoudig: die EU-conferentie wil het systeem van verdragen verder versterken. Gezien de analyses van FAEF is dat de doodsteek voor de EU. Om in de komende bestuurlijke chaos een zinnig alternatief voor de burgers van Europa te hebben, werkt deze Citizens’ Convention aan een eigen federale grondwet van slechts tien artikelen die door de burgers van Europa moet worden geratificeerd. Een grondwet van, door en voor het volk.

Groep 55+
Een bijzonder detail van deze Citizens’ Convention van de FAEF is de naam van de vijfenzeventig deelnemers: de Groep 55+. Dit staat niet voor leeftijd, maar is een metafoor voor de vijfenvijftig leden van de Conventie van Philadelphia die in 1787 de eerste federale grondwet opstelde. Eind mei 2022 zal de eigen federale grondwet van de Alliantie van Europese Federalisten klaar zijn. Dan begint het proces om de burgers van Europa te informeren over hun recht om deel te nemen aan de ratificatie van die grondwet.

We gaan een spannende tijd tegemoet op de weg naar een Europese Federale Unie.
Voor wie ons wil vergezellen: www.faef.eu

Dr. Leo Klinkers

President FAEF

Klik hier om je deelnemen te nemen aan de Respect Online.

Respect Online #36: Gedragscode Integriteit Rijk

Het Leven Delen, …….

Op zoek naar definities werd gevonden ‘De Gedragscode Integriteit Rijk’.

Uit deze ‘Gedragscode Integriteit Rijk’:

Democratie
Nederland is een democratische rechtsstaat. Het motto van de Rijksoverheid is:
De Rijksoverheid. Voor Nederland.’ Als rijksambtenaar lever je een bijdrage aan het functioneren van ons land.

Vertrouwen
Burgers moeten op de overheid kunnen vertrouwen. Burgers zijn in veel opzichten afhankelijk van de overheid. Bovendien kunnen overheidsbesluiten diep ingrijpen in het functioneren van burgers. Daarom moet de overheid integer zijn. Dat wil zeggen dat de overheid in haar functioneren eerlijk en betrouwbaar is, de burgers correct behandelt en respectvol bejegent. Bovendien moet de overheid zichzelf ten voorbeeld stellen: als je wilt dat burgers zich fatsoenlijk gedragen, zal je dat als overheid ook moeten doen.

Communicatie
Gevraagd naar een toelichting op het gestelde bij het RIVM over ‘Communicatie’ werd de onderstaande toelichting ontvangen:

“Geachte heer, ……..

Heeft u de hele tekst gelezen? Dit zijn geen uitgangspunten maar doelstellingen. Uitgangspunten kun je iedere dag in laten gaan, maar het RIVM wil juist dat deze doelstellingen gelden voor de gehele organisatie. Dat betekent dus ook niet alleen de communicatie-afdelingen. Dit is een voortzetting van een al ingezette strategie.
Het kost tijd voordat je dit doel met de hele organisatie hebt bereikt”.

Betrouwbare adviseur
“Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) gebruikt het begrip betrouwbare adviseur (‘trusted advisor’) om de opstelling en rol van het RIVM als organisatie en van haar medewerkers te karakteriseren. De termen ‘betrouwbaar’ en ‘adviseur’ hebben een gelaagde en complexe betekenis:
– geloofwaardigheid;
– betrouwbaarheid;
– nabijheid en
– zelforiëntatie.


Vertrouwen verdienen betekent dat het goed moet gaan op alle vier de dimensies in de ogen van de ander”.

Jij bent ‘die ander’. Wat zijn jouw gedachten? Wat is jouw gevoel? Wat is jouw mening?
Het is nog geen 2025? Zijn we op tijd? Voor alle kinderen, ………

(Omdat het om alle kinderen gaat, ook het kind in jou: het verzoek dit bericht zoveel mogelijk te delen).



Respect Online #35: uitnodiging gesprek Hugo de Jonge

Geachte heer de Jonge, Excellentie,

Juist ook voor u zal het zo zijn dat ‘het bijzondere tijden zijn’. Daarom graag bij deze een open brief / uitnodiging aan u tot een gesprek, tijdens een wandeling door Hilversum. (Immers met een extra betekenis: nabij de ontwikkelingen van de kabinetsformatie). Ergens de komende dagen.

Draagvlak voor besluiten, beleid, is essentieel. Er zijn vele onderwerpen die daarom vragen. Met allemaal die specifieke behoefte aan onderling en inhoudelijk begrip.

Graag wil ik met u daarover van gedachten wisselen. Welke bruggen u voor ogen ziet?

Met hartelijke dank en groet,

René Graafsma

mail@renegraafsma.nl



Respect Online #34: ……….. De rechter schaamt zich

Bron: CBS

Het leven
Tussen de geboorte en de dood brengen wij ons leven door in ‘ons Nederland’, een deeltje van onze wereld. Zie hier boven cijfers van het CBS: op een doorsnee dag gebeurt er heel wat. Van dag naar week, van week naar maand, van maanden naar jaren, je moet er zelf wat van maken. Hoe en wat, dat ligt voor een groot deel aan je zelf. Met in je omgeving je gezin, de familie, de school, het werk, de buurt waarin je leeft en in verschillende vormen de overheid. Je hebt rechten en plichten en de overheid richt daartoe een rechtsstaat in om je aan je verantwoordelijkheden te houden en je te beschermen en te helpen als het nodig is.

De rechtsstaat, ….. een modewoord?
De zekerheden die de overheid kan verankeren lijken geen vanzelfsprekenheid (meer). De politicoloog Harry Starren constateert (op LinkedIn): “Het is gezien en niet onopgemerkt gebleven. Ook internationaal. Human Right Watch kapittelde ons
(RG: Nederland) reeds over het functioneren van de rechtsstaat, een VN rapport maakte gewag van institutioneel racisme, een VN rapporteur wees er op dat het grondrecht rond wonen niet wordt waargemaakt, de OECD wees op het ontbreken van waarborgen (regels) rond lobbyen en partijfinanciering, het IMF wees een eerder kabinet er op dat de budgettaire ruimte die de Nederlandse begroting had niet werd benut, de Europese unie wijst ons op het structureel overschrijden (overschot) van de betalingsbalans boven de norm (en het ontbreken van daarop gericht beleid). Nu komt de Raad van Europa met een kritisch rapport. Is ons zelfbeeld aan herziening toe?”. Aldus vraagt Harry Starren zich af.

Raad van Europa (RvE) vindt dat Nederland politieke cultuur moet veranderen
Bron NU.NL, 12 oktober 2021: “De Nederlandse politiek moet verregaande hervormingen doorvoeren om een toekomstig schandaal zoals de toeslagenaffaire te voorkomen. Dat staat in een nog ongepubliceerd rapport van de Raad van Europa (RvE) over de democratie en rechtspraak in Nederland, waar RTL Nieuws en Trouw over schrijven. De Venetiëcommissie van de RvE schreef op verzoek van de Tweede Kamer en naar aanleiding van de toeslagenaffaire een rapport over de rechtsbescherming in Nederland. RTL Nieuws en Trouw kregen alvast inzage in de aanbevelingen in het vertrouwelijke rapport.

RvE
De RvE is een internationale organisatie bestaande uit 47 Europese landen, die erop gericht is om de democratie, mensenrechten en de rechtsstaat te verbeteren. Het is niet de eerste keer dat de Venetiëcommissie van de RvE harde kritiek uit op de politieke cultuur in een Europees land. Malta, Polen en Hongarije werden eerder al stevig aangepakt vanwege hun bestuurscultuur.

Politieke cultuur
In het rapport wordt hard uitgehaald naar de huidige politieke cultuur in ons land. Zo is er forse kritiek op het achterhouden van informatie voor Kamerleden en het hinderen en tegenwerken van parlementariërs van coalitiepartijen. De commissie doelt hiermee op de kritiek en tegenwerking die toenmalig CDA’er Pieter Omtzigt binnen zijn fractie te verduren kreeg toen hij zich in het toeslagendossier vastbeet. Tijdens de ministerraad werd door bewindspersonen geregeld over zijn optredens geklaagd. Door het toeslagenschandaal werden tienduizenden ouders door de Belastingdienst onterecht als fraudeur bestempeld en moesten zij soms voor de kleinste fouten enorme bedragen terugbetalen.

Betere positie parlement
Verder moet de positie van het parlement en individuele Kamerleden worden versterkt, vindt de RvE. Het informatierecht moet beter en ook zouden Kamerleden en parlementaire commissies meer geld en ondersteuning moeten krijgen. Daarnaast zou een minderheid in de Kamer in de toekomst voldoende moeten zijn om hoorzittingen of een parlementair onderzoek te starten.

Tapijt
Kritische geluiden over het regeringsbeleid moeten niet onder het tapijt geveegd worden, maar juist op het hoogste niveau worden behandeld, stelt de RvE. Verder moeten burgers beter worden geholpen als zij klachten hebben over overheidsinstanties en zouden die neutraal moeten worden behandeld.

Alles of niets
Volgens RTL Nieuws en Trouw uit de Venetiëcommissie ook kritiek op de rol van Kamerleden bij de totstandkoming van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), die bijdroeg aan de ‘alles-of-niets-aanpak’ in het toeslagenschandaal. De parlementariërs zouden daarbij onvoldoende hebben gelet op de basisprincipes van behoorlijk bestuur, zoals redelijkheid en billijkheid. In nieuwe wetgeving zouden die principes moeten worden opgenomen, zodat uitvoeringsorganisaties van wetten kunnen afwijken als die burgers onevenredig hard raken.

Hulp van buiten
Het demissionaire kabinet kondigde in januari, na het aftreden naar aanleiding van het rapport Ongekend onrecht, verschillende hervormingen aan. De Venetiëcommissie zegt er vertrouwen in te hebben dat die zullen leiden tot een verbetering van de huidige bestuurscultuur. De commissie zegt Nederland bij die hervormingen te willen ondersteunen”. Aldus uit NU.NL over de visie van de RvE. Naast de toeslagenaffaire nog enkele voorbeelden:

Woekerpolis
De woekerpolisaffaire is de verzamelnaam van de ophef rond Nederlandse beleggingsverzekeringen ontstaan in 2006.  De woekerpolisaffaire kwam aan het licht in 2006 door een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarin geconstateerd werd dat er veel mis was met beleggingsverzekeringen. Deze verzekeringen bleken complex en relatief duur te zijn. Ook ondervonden verzekerden bij veel beleggingsverzekeringen groot financieel nadeel bij tussentijdse beëindiging, en zouden de verzekeraars hierover onvoldoende duidelijkheid geven. Daarnaast werden er veel gebreken aangetroffen met betrekking tot de overige informatie bij de polissen. Volgens de AFM waren er in 2018 waarschijnlijk nog zo’n 2 miljoen lopende woekerpolissen. Volgens schattingen zijn er sinds ‘de jaren 90’ zo’n 7 miljoen verkocht.

Hoge Raad
Momenteel is er een procedure gaande bij de Hoge raad waarbij vragen voor liggen betreffende de transparantie en informatieverplichtingen van verzekeraars. Juridisch gezien allemaal heel ingewikkeld lijkende teksten maar als je kan rekenen kan het heel eenvoudig blijken als je wil begrijpen waar de zogenaamde ‘indirecte transparantie toe kan leiden’. (Een bescheiden sommetje: “Stel je hebt op 1 januari van een jaar 100 euro in een potje gestopt. Aan het eind van dat jaar is het rendement 50% negatief. Het jaar daarop is het rendement 60% positief. De vraag: wat heb je aan het einde van het tweede jaar in je potje en wat is je gemiddeld rendement geweest?”)1. Benieuwd of de Hoge Raad ook over ‘het kunnen rekenen wil nadenken’. De Advocaat Generaal heeft net enkele dagen geleden zijn advies uitgebracht. Waarover meer in de volgende Respect Online / Telegraafsma.

Woekerpensioen
Ook bij de pensioenen spelen transparantie en communicatie een essentiële rol. Gaat het bij de woekerpolissen om zo’n 4 miljoen betrokken huishoudens, de pensioenen raken praktisch alle denkbare voordeuren. Van consumenten, werknemers en werkgevers. De omvang van de totale pensioenreserveringen en uitkerende belangen is hallucinant, om zoveel geld gaat het. De vraag is of de systemen en organisaties die bij het beheer en de uitvoering betrokken zijn de betrokken kosten werkelijk moeten maken om hun taken te kunnen uitvoeren. Passende kosten-grondslagen relateren aan de werkzaamheden, niet aan de saldi op de rekeningen.

Groningen
Met elkaar hebben we genoten van de warmte ‘uit Groningen’. Helaas blijkt het naar boven halen van het gas aardbevingen te kunnen veroorzaken. Er zijn er ook die een klimaatcrisis voor de ogen zien. CO-2-stijgingen worden gezien als een grensoverschrijdend, wereldwijd, vraagstuk. Boeren en ‘buitenlui’ worden als betrokkenen gezien. De belangen zijn groot, allesomvattend en gaan van klein (de woningbezitter in de aardbevingsgebieden) naar groot (de energiemultinational). Je ziet het ook aan de mensen, het lijkt een spel: “Ze spelen een spel, ze spelen het spel geen spel te spelen. Als je niet mee doet word je verstoten, als je wel mee doet word je gek”.

Systemen
De overheid is een systeem, de school is een systeem, bij de baas gaat het om systemen, de politiek is een systeem, enzovoort. Het individu is een radertje in het systeem. Het individu heeft zijn of haar leefwereld ter beschikking om in te ademen en te doen. Groepen vormen met elkaar bovenwerelden en onderwerelden: er tussen in ……. allemaal kloven. Machten en wel of niet tegenmachten. Het individu wil overleven en als het even kan tot zijn recht komen. Het systeem wil zichzelf handhaven en ook zijn macht(en) versterken. Iedereen is uit op lijfsbehoud. Wordt dat ingewikkeld dan worden de zaken even op de spits gedreven om vervolgens tot onderhandelingen te komen: “zij dronken een glas, pisten een plas en alles bleef zoals het was”.

Transities
Soms echter kan het niet blijven zoals het was. De schade is te groot of wordt met zekerheid alleen maar groter: de dood maakt een gebeuren niet omkeerbaar, de weerzin van de meerderheid wordt te groot, de leugen is daadwerkelijk door de waarheid ingehaald, bij het onderhandelen blijkt de compensatie niet te bepalen, enzovoort. Situaties die je voor altijd wil voorkomen: het is onvermijdelijk de boel zal echt moeten veranderen. Zoals nu met ons wankele rechtssysteem. De voorbeelden zijn er al: zoals met de een analyse van Bestuursrechters (zie hier onder) die met schaamte terugzien op de oordelen die zijn gegeven in het toeslagendrama. Hoe triest is het eigen wel niet dat er hulp van buiten Nederland, door de Raad van Europa, wordt aangeboden om hier de rechtsstaat te ‘helpen genezen’.

Kwaliteit wetgeving
De top-down is de verbinding met de ‘bottom-up’ kwijtgeraakt. Loopt het uit de hand, dan zegt men aan de top even sorry, en dat was het dan. Zonder dat er iets verandert. Bovenstaande voorbeelden spreken daarvan. Nu zelfs de rechters met schaamte op hun werk terug zien, we schikkingen zien met over en weer zwijgplichten heeft en doofpotten vormt, het buitenland toekijkt en ingrijpt, de vraagstukken van steeds grotere omvang zijn, het is zover: we staan op een kantelpunt. Gaat het nu wel of niet echt veranderen? Waar gaan we met z’n allen naar toe? Neemt de Tweede Kamer straks moties aan die ook uitgevoerd gaan worden, telt de grondwet nog, zijn onze wetten van een dergelijke kwaliteit dat ze ook kunnen worden gehandhaafd?

Respect
Praten over de rechtsstaat is als het spreken met reeksen van modewoorden. Vrijheid, gelijkheid, broederschap, rechtszekerheid ……….  en last but not least: respect. Van deze kant is het verzoek eenvoudig: laten we – met elkaar – respect online brengen (klik link). Door met elkaar in gesprek te gaan. Gewoon tegen kostprijs, dus helemaal duidelijk: zonder verdienmodel. Als een vereniging met leden. We beginnen gewoon een beweging, de respect beweging. Om te veranderen wat moet veranderen, om het leven met elkaar te kunnen blijven delen.

Persoonlijke noot: een kind
Ik heb er lang over nagedacht. De doelstelling van Respect Online is alleen gericht op het algemeen belang, toch geef ik je een voorbeeldcasus ter kennisname. Juist ook om te laten zien dat verschillende systemen vergelijkbaar ‘systematisch’ kunnen functioneren. Onder uitdrukkelijk bijzondere omstandigheden is er een meisje van 16 overleden. De politie behandelt haar zaak nu in het kader van een interne richtlijn als ‘een (bijna) perfecte moord’, in een boekje en nog steeds met ernstige onderzoekdistorsies helaas. Het boekje spreekt over meerdere en andere zaken waardoor er een nadrukkelijk belang ontstaat. Betreffende o.a. de organisatie van de politie (vergelijk ‘Fijnaut’) en de integriteit van het Openbaar Ministerie (vergelijk ‘Fokkens’). Met het meisje (nog slechts) als voorbeeld heb ik de Tweede Kamer gevraagd na te denken over de toepasselijke procedures. Als je een mailtje stuurt met je gegevens kan ik dit schrijven aan de Tweede Kamer met je delen, dat gebeurt dan ‘beheerst’. Het verzoek aan jou is dan ook daar ‘gepast’ en met begrip voor het algemeen belang mee om te gaan.. Om een leven, om het leven, met elkaar te blijven delen.

Bestuursrechters
In reactie op de toeslagenaffaire en de rol van de bestuursrechter daarin, stelde het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht (een landelijk overlegorgaan van bestuursrechters) een werkgroep in om te reflecteren op hoe bestuursrechters kinderopvangtoeslagzaken hebben behandeld. De werkgroep vroeg meer dan 100 rechters en juridisch medewerkers naar hun ervaringen en hun visie op de toekomst. Ook werd gesproken met betrokken ouders, advocaten en medewerkers van de Belastingdienst. Daarnaast zijn rechterlijke uitspraken uit de periode van 2010 tot en met 2019 uitgebreid geanalyseerd.

Rechtsbescherming individu
De parlementaire ondervragingscommissie die onderzoek deed naar de toeslagenaffaire concludeerde ook al eind vorig jaar dat bestuursrechters de betrokken ouders niet de rechtsbescherming hebben geboden die nodig was. Volgens de  bestuursrechters nu dus is de conclusie dat als een hoger-beroepsrechter de wet op een bepaalde manier uitlegt, lagere rechters zich vrijer moeten voelen om hier tegenin te gaan. Om onrecht in de toekomst te voorkomen moet volgens deze rechters in vergelijkbare zaken de rechtsbescherming van het individu belangrijker zijn dan het waarborgen van rechtseenheid en rechtszekerheid.

Graag je meedenken: op de lijn Regering, Parlement, Rechtelijke macht, Uitvoering en Handhaving, waar gaat het volgens jou mis?


1
Na twee jaar heb je € 80 in je pot (20 € verlies) en een gemiddeld rendement van PLUS 5%. Indirecte transparantie heet dat.
En dat mag (nog) in Nederland.

Respect Online #33: ‘Bloeden’

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Het kan zo maar gebeuren dat je je in je vingers snijdt. Het is dan maar te hopen dat het bloeden snel stopt en dat niemand je gunt dat het blijft bloeden. De Tweede Kamer verkiezingen van maart dit jaar hebben nog niet tot een nieuwe regering geleid. De verkiezingen waren het gevolg van een verloren vertrouwen in de regering na ‘een aantal ongelukken’. Om tot een nieuw Kabinet te komen hebben verschillende informateurs de nodige (voor)onderzoeken gedaan.

De heer J.W. Remkes
De meest recente informateur, de heer J.W. Remkes heeft verslag gedaan van zijn informatiewerkzaamheden om te komen tot een nieuw Kabinet, een nieuwe regering. Hij is begonnen met “het onderzoeken van mogelijkheden voor een minderheidscoalitie uit een nader te bepalen combinatie van VVD, D66 en CDA, waarbij deze minderheidscoalitie een constructieve en vruchtbare samenwerking moet zoeken met de Staten-Generaal”. Dat heeft niet tot een resultaat geleid.

De heer Remkes schrijft in zijn verslag ook:
Nieuwe bestuurscultuur
“Gedurende het proces “steunden alle fractievoorzitters het brede draagvlak voor een nieuwe bestuurscultuur en konden zij zich vinden in een concrete invulling hiervan door een beknopt regeerakkoord  en de verdere uitwerking hiervan  door de kandidaat-ministers in een regeerprogramma”.

Zelfde coalitie
Uiteindelijk kwam er toch een resultaat van de ‘informatieronde Remkes’: “Het beoogde kabinet zal berusten op een coalitie van de fracties van VVD, D66, CDA en ChristenUnie met een beknopt regeerakkoord over de doelen van (financieel en fiscaal) beleid binnen welk kader door de kandidaat-ministers een regeerprogramma met instrumenten om de doelen te bereiken wordt gemaakt dat wordt vastgesteld in het constituerend beraad en vervolgens ongewijzigd wordt overgenomen door de ministerraad”.
Een voortzetting van ‘de oude coalitie’ dus.

Breed draagvlak
“In aanvulling op het voorgaande is het mijn overtuiging dat er een breed draagvlak is om op deze wijze een belangrijke bijdrage te leveren aan een nieuwe bestuurscultuur en bestuurlijke vernieuwing die door het nieuwe kabinet ook op andere punten verder zullen worden uitgewerkt, waaronder wezenlijke aanpassingen in de verhouding tussen overheid en burgers met inbegrip van wijzigingen in wet- en regelgeving en nieuwe vormen van participatie. Het kabinet zal verder op basis van het regeerakkoord en regeerprogramma, met gebruikmaking van verschillende analyses en rapporten van maatschappelijke organisaties en deskundigen, nieuw beleid ontwikkelen en daaraan uitvoering geven op belangrijke gebieden als het klimaat, economie en innovatie, de stikstofproblematiek, het onderwijs, kansengelijkheid, de arbeidsmarkt en (internationale) veiligheid”. Aldus de informateur, de heer Johan Remkes.

Sorry?
De informateur heeft er dus vertrouwen in dat “er een breed draagvlak is om op deze wijze een belangrijke bijdrage te leveren aan een nieuwe bestuurscultuur en bestuurlijke vernieuwing”. Het is niet helemaal duidelijk waarop dit vertrouwen is gebaseerd, dus we zien het graag als een belofte. De erfenissen uit het verleden, zoals de toeslagenaffaire, zullen met de aanstaande parlementaire enquêtes directe toetsstenen zijn voor de daadwerkelijke realisatie van die nieuwe bestuurscultuur. Alleen maar sorry zeggen zal daarbij niet genoeg zijn. Rechtvaardigheid vraagt om meer dan dat. Hoe gaat het nemen van verantwoordelijkheid er uit zien? Komen de (grond)rechten en plichten, met de machten en tegenmachten, weer met elkaar in evenwicht?

Pieter Omtzigt schrijft in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’ het volgende’:
“Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat.
‘Rechtvaardigheid is de houding krachtens welke iemand met standvastige en bestendige wil aan ieder zijn rechten toekent’, zo stelde ooit de filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1125-1274). Zijn definitie van rechtvaardigheid was zeker niet nieuw maar ontleende hij aan het Romeinse recht. Via de Romeinen en via onder andere Plato, Aristoteles, Cicero en Augustinus is deze gedachte van het suum cuique tribuere –‘ieder het zijne toebedelen’ – gaandeweg gemeengoed geworden in de westerse traditie. De publieke rechtvaardigheid vormt de basisnorm voor het maatschappelijke en politieke leven en is een kernwaarde van onze moderne rechtsstaat. Want in een rechtvaardige samenleving behoren de gelijke rechten van iedere burger ook tegenover de overheid gewaarborgd te zijn. Voor iedereen geldt immers hetzelfde recht en ieder dient zich aan het recht te houden: burgers, organisaties en overheid.

Grondbeginselen
In de rechtsstaat heeft de overheid bijzonder veel macht. Deze macht ontvangt zij van de burgers, om zo in de noodzakelijke, gemeenschappelijke behoeften te voorzien. De overheid is er kortom niet voor zichzelf maar voor de burger, en juist dat legitimeert haar macht, binnen de grenzen van het recht. Deze impliciete afspraak tussen overheid en samenleving – of te wel het sociaal contract – zorgt ervoor dat de macht van de overheid ook alleen voor het doel van het publieke recht wordt aangewend, en niet voor iets anders. Het contract staat dus model voor een vertrouwensbasis. Maar hoe kunnen we er als samenleving op vertrouwen dat het sociaal contract ook daadwerkelijk wordt nageleefd en burgers beschermd zijn tegen potentieel machtsmisbruik door de staat? Het antwoord is: door de rule of law, door de waarborging van de grondrechten en door echt werk te maken van de machtenscheiding: macht en tegenmacht, checks-and-balances. Dit zijn de drie grondbeginselen van de rechtsstaat.

Trias politica

Onze rechtsstaat is gebouwd op het principe dat het iedere macht begrensd wordt, ook de macht van de staat. Dit gebeurt onder meer door overheidsmacht te spreiden over verschillende organisaties, die in een bepaald evenwicht tot elkaar staan. Deze machtenscheiding voorkomt dat de staatsmacht de burger blootstelt aan willekeur van de overheid. Aan de basis van dit beginsel van machtenscheiding staan de ideeën van de Franse sociaal en politiek filosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Zijn driemachtenscheiding, de trias politica, heeft de staatinrichting van veel westerse landen beïnvloed, waaronder die van Nederland, en houdt in dat de macht in een land verdeeld moet zijn tussen een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Deze drie machten kunnen niet zonder elkaar, het zijn de drie pijlers van elke rechtsstaat. Wel dienen zij onafhankelijk van elkaar werkzaam te zijn en elkaars werking te controleren. Van een zuivere machtenscheiding is echter nooit sprake, eerder van een systeem van checks-and-balances dat ervoor zorgt dat het evenwicht tussen de drie staatsmachten in stand wordt gehouden.

Machtsevenwicht?
Evenwicht is dus cruciaal en vormt de essentie van de trias politica. In Nederland is de wetgevende macht niet strikt gescheiden van de uitvoerende macht, omdat de uitvoerende macht, de regering, ook wetgevende taken heeft. Het machtsevenwicht is mede hierdoor altijd wat kwetsbaarder geweest. De laatste jaren is het machtsevenwicht echter aan ernstige erosie onderhevig.

Betere rechtsbescherming, vooral bij het bestuursrecht
De getroffen ouders in de toeslagenaffaire hadden procedureel geen schijn van kans: hun werd niet verteld welke stukken ze moesten inleveren om aan te tonen dat zij recht hadden op de toeslag. Bezwaren werden vaak pas na achttien maanden behandeld. En volgens de wet hadden de toeslagen niet eens vooraf stopgezet mogen worden. Toch vingen zet bot bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, die juist bescherming moet bieden tegen overheidshandelen. Het bestuursrecht is een steile klim geworden voor de eenzame burger die zonder veel bijstand de hele weg tegen de machtige overheid met diepe zakken moet procederen.

Getouwtrek
Al in maart 2019 nam de Kamer met algemene stemmen mijn motie aan voor een advies over de praktische rechtsbescherming voor burgers en kleine  bedrijven bij de Belastingdienst. De regering zag aanvankelijk het probleem niet zo. Pas na veel getouwtrek kwam er een jaar later een commissie. Het advies van deze commissie is nu bijna klaar.

Bescherming van burgers
Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Van Dam uit december 2020 hebben we ook om een advies gevraagd bij de gezaghebbende Venetiëcommissie. Dat advies zal gaan over de bescherming van burgers in het bestuursrecht en tevens gaan over de vraag of er genoeg macht en tegenmacht is in Nederland. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is formeel een onderdeel van de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Er zijn veel oud-ministers en -staatssecretarissen lid van. De vraag kan gesteld worden in hoeverre de Afdeling zich onafhankelijk genoeg opstelt ten opzichte van de uitvoerende overheid. In de kinderopvangtoeslagzaken is hiervan niet of te weinig gebleken”. Aldus Pieter Omtzigt.

Motivatie
Een vraag kan zijn wat alle betrokkenen motiveert om ‘aan het spel deel te nemen’? Welke doelen streeft men na? Naast de vanzelfsprekende doelen voor degenen die worden vertegenwoordigd, zoals het verwezenlijken van partijprogramma’s, zullen er persoonlijke motieven zijn. Bijvoorbeeld: ‘is men ‘macht-gedreven’, ‘geld-gedreven’, en/of ‘waarden-gedreven’?.

De onderste steen boven
We gaan zien hoe het bloeden gestopt gaat worden en of ook de littekens zullen herstellen. Hoe we gezond weer verder kunnen. Als de wonden kunnen herstellen is er inderdaad weer een mogelijkheid het leven met elkaar te delen. De vernieuwingen laten dan de transitie zien van het oude naar het nieuwe, de toekomst. Spannend wordt dat met alle bagage en herinneringen die over de grenzen worden meegenomen. Transparantie zal daarbij een belangrijk woord van betekenis blijken gedurende de omvangrijke transitie. In elk dossier zal de onderste steen naar boven moeten komen. Wij gaan dat volgen: www.deonderstesteenboven.nl.

Er is al vaker gesproken over een sorry-democratie, in het boek :
Sorry-democratie, recente politieke affaires en de ministeriele verantwoordelijkheid
van Ed van Thijn. (Van meer dan 20 jaar geleden, ………).
Bol.com vat samen:
Het lijkt er steeds meer op dat parlementaire kritiek op het kabinet die niet adequaat beantwoord kan worden, kan worden afgekocht met een simpel ‘Het spijt me’ van de minister of staatssecretaris. En dat roept ernstige vragen op. Hoe is het gesteld met het primaat van de politiek en de loyaliteit van de ambtenaren? Kunnen ambtenaren vrijelijk draden spannen om hun bewindslieden te laten struikelen? Raakt de ministeriële verantwoordelijkheid uitgehold en zit het parlement nog wel voldoende op het vinkentouw? Ed van Thijn bekleedt sinds april 1997 de Dr. J.M. den Uylleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam en geeft college over de veranderende rol van de. staat en de relatie tussen politiek en bureaucratie. In dit boek presenteert hij samen met zijn studenten een onderzoek naar een aantal affaires van de laatste jaren. Het IRT, korpschef Brinkman, de Iraanse vluchtelingen, Schiphol, Gümüs, Srebrenica, de Bijlmerramp, het Ctsv, de Eurotop, de Herculesramp, Bouterse, het drugsbeleid, Docters van Leeuwen – het zijn stuk voor stuk zaken die veel stof deden opwaaien en waarover in veel gevallen nog niet het laatste woord is gezegd.

Sorry, en dan?
20 jaar geleden werden de laatste woorden dus nog niet gezegd. In de meeste zaken nog steeds niet. Als je alles anders en opnieuw beter gaat doen dan moet je er ook echt voor gaan. De onderste steen boven dus. Wij gaan dat volgen. Er komen meerdere parlementaire enquêtes aan. Naast alle andere gebeurtenissen en ontwikkelingen waarbij een echt begrip en kennis van de feiten van het allergrootste belang zijn. Graag horen wij welke stenen jij ziet!

Deelnemen
Respect ONLINE / De Telegraafsma is de nieuwsbrief behorend bij de website www.respect.eu. Deelnemers en donateurs ontvangen de ‘ONLINE’ direct na het verschijnen in de eigen mailbox.  Jij kan de uitgave van de Respect ONLINE ondersteunen en actief deelnemen aan het ‘Respect-platform’. Dat kan door hier te klikken.
Je donateurschap is daarmee een lidmaatschap voor het verkrijgen van informatie over maatschappelijke onderwerpen en waardevolle belangenbehartiging.
Je bent actief deelnemer: je denkt en doet mee!

Telegraafsma / Respect Online #32: Samen leven

Samen leven, politiek: de basis
(Bron: Parlement.com) De Rijksoverheid maakt beleid, vaardigt wetten uit en ziet toe op naleving. Daarnaast bereidt het Rijk plannen van de regering en het parlement voor. En voert het deze plannen uit. De Rijksoverheid is het onderdeel van de overheid dat op landelijk niveau werkt. Bij het Rijk werken ongeveer 116.000 ambtenaren. Ambtenaren op de 12 ministeries bereiden beleid en wetgeving voor. Bij uitvoerende diensten voeren ambtenaren het beleid uit. Bijvoorbeeld politiemensen, militairen en  inspecteurs.

Missie Rijksoverheid
Naast het motto ‘De Rijksoverheid. Voor Nederland’ heeft het Rijk een missie. Die luidt: ‘De Rijksoverheid werkt aan een rechtvaardige, ondernemende en duurzame samenleving. In onze democratische rechtsstaat is het belangrijk dat mensen en maatschappelijke organisaties zich in vrijheid en veiligheid kunnen ontplooien. (RG: Dat men samen kan leven). Daarvoor zijn keuzes nodig, in Nederland, in Europa, in de wereld. De Rijksoverheid weegt belangen tegen elkaar af, investeert in de toekomst en treedt op als dat nodig is. Dat doet zij met hart voor de publieke zaak, integer en met kennis van zaken’.

De regering
Opvattingen over verantwoordelijkheden van de overheid en hierop aansluitend de regering verschillen tussen personen en ontwikkelen zich in de loop van de tijd. De regering heeft in ieder geval een besturende en handhavende taak. De Grondwet, internationale verdragen en het soort onderwerpen dat in de ministerraad wordt besproken geven een ruwe indicatie wat in de praktijk zoal de verantwoordelijkheden van de regering zijn. Naast een juridische benadering kunnen de verantwoordelijkheden ook in een meer maatschappelijk licht gezien worden.

Maatschappelijke opvattingen
Uit de beleidskeuzes van een regering blijkt waar zij zich zelf in het bijzonder verantwoordelijk voor voelt. Ook het parlement kan het kabinet voor bepaalde zaken verantwoordelijk houden. Wat staatsrechtelijk als overheidsverantwoordelijkheid wordt beschouwd zal uiteindelijk een weerspiegeling zijn van maatschappelijke opvattingen hierover..

Grondwet
Uit de Grondwet vloeit een aantal verantwoordelijkheden voor de overheid en voor de regering voort, zoals op het gebied van de landsverdediging, de handhaving van de openbare orde, sociaal beleid, volksgezondheid en onderwijs.

Internationale verdragen
Uit internationale verdragen kunnen eveneens verantwoordelijkheden voor de overheid voortvloeien. Zo valt te denken aan internationale verdragen waarin eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld mensenrechten of uitstoot van broeikasgassen. In het Verdrag van Maastricht zijn, als voorwaarde voor toelating tot de EMU, criteria vastgesteld voor onder andere de toegestane hoogte van de inflatie, het begrotingstekort en de staatsschuld. Het lidmaatschap van de NAVO brengt voor Nederland militaire verplichtingen met zich mee.

Europese richtlijnen
Binnen het kader van de de Europese Unie (EU) worden richtlijnen vastgesteld, die de EU-lidstaten, waaronder Nederland, moeten omzetten in binnenlandse wetgeving. Aangezien ongeveer een derde van de Nederlandse wetgeving voortvloeit uit Europese richtlijnen is omzetting van Europese richtlijnen in Nederlandse wetgeving een belangrijke taak van de regering, evenals het beïnvloeden van de Europese besluitvorming hierover.

Bestuur en handhaving
De regering is verantwoordelijk voor het bestuur van de rijksoverheid, dat wil zeggen de uitvoering van wetgeving en overheidstaken voor zover deze betrekking hebben op de rijksoverheid. Bestuur wordt ook wel omschreven als overheidsactiviteiten die niet te zien zijn als wetgeving of rechtspraak. Na de vuurwerkramp in mei 2000 in Enschede en de cafébrand in Volendam op 1 januari 2001 bestaat er veel belangstelling voor de handhaving van wetgeving.

Nachtwakerstaat
Als de overheidsbemoeienis beperkt blijft tot zaken als handhaving van de openbare orde en landsverdediging, wordt wel gesproken van een nachtwakerstaat. Dit was in de negentiende eeuw goeddeels het geval. Ook was de overheid verantwoordelijk voor het monetaire stelsel, en moest de overheid belasting heffen om de uitvoering van taken te kunnen financieren.

Overheidsbemoeienis
Tegen het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw kwamen daar, in verband met misstanden in de arbeidsomstandigheden en in de huisvesting, verantwoordelijkheden op sociaal-economisch en volkshuisvestingsgebied bij. Ook de overheidsbemoeienis met gezondheidszorg en onderwijs werd steeds groter. In de loop van de twintigste eeuw is de leerplicht verder uitgebreid. Na de Grote Depressie in de jaren 1930 en onder invloed van de ideeën van de Britse econoom John Maynard Keynes ging de overheid zich na de Tweede Wereldoorlog steeds meer bezig houden met het beïnvloeden en sturen van de economie en de conjunctuur. Belastingheffing werd gebruikt voor herverdeling van inkomens, en er werd een steeds uitgebreider sociale zekerheidsstelsel opgebouwd.

Terugtrekkende overheid
Vanaf de jaren 1970 begon de economische ontwikkeling, mede als gevolg van enkele oliecrises, te stagneren. De overheid bleek minder dan verwacht in staat de economie te sturen, de begrotingstekorten en staatsschuld liepen in hoog tempo op, en de belastingen en sociale premies waren zo hoog geworden dat de economische ontwikkeling ernstig werd verstoord en de werkloosheid steeds verder steeg. Vanaf de jaren 1980 is het overheidsingrijpen in de economie daarom afgenomen, en zijn de overheidsfinanciën door middel van bezuinigingen gesaneerd. Toch speelt de overheid nog steeds een belangrijke rol op sociaal-economisch gebied.

Risicomaatschappij
Intussen is de rol van de overheid op andere gebieden juist uitgebreid, zoals bij de inzet van de overheid voor het behoud van het milieu en de natuur. Daarnaast leeft steeds sterker het gevoel dat sprake is van een risicomaatschappij, waarin de overheid de burgers moet beschermen tegen risico’s (bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid) en hen meer moet bijstaan als zij slachtoffer van een ramp zijn geworden. Ook de toenemende vraag naar bescherming van burgers tegen criminaliteit, vandalisme en terrorisme brengt een grotere rol van de overheid met zich mee. (Bron: Parlement.com)

Inrichting van de samenleving, macht en tegenmacht
Het is dus aan de overheid om de samenleving in te richten en te besturen. Aangestuurd door de politiek. De politiek moet ‘vakwerk afleveren’. Dan gaat het steeds beter met de samenleving. Als het lukt. De overheid heeft de macht, de politiek – de democratie – levert de tegenmacht als de verhouding tussen de overheid en de samenleving verslechtert. Onderzoek van Ipsos geeft, per nu, het volgende beeld weer:

Pieter Omtzigt schrijft over het functioneren van de overheid in zijn boek
‘Een nieuw sociaal contract’ het volgende:

“Beter extern toezicht en externe onderzoeken
Signalen van problemen dienen natuurlijk allereerst binnen de overheid zelf herkend, opgepakt en opgelost te worden. Het liefst op een normale manier, maar eventueel ook via een klokkenluidersregeling. Maar naast intern toezicht is er natuurlijk ook bij de overheid extern toezicht. Dat toezicht valt echter vaak onder dezelfde minister, die ook verantwoordelijk is voor de dienst of het ministerie waarop toezicht wordt gehouden.

Onafhankelijkheid
Het is daarom van groot belang dat de onafhankelijkheid van die toezichthouders bij wet vastgelegd wordt, zodat de toezichthouders hun eigen begroting hebben en moeilijk onder druk gezet kunnen worden. De taken van een toezichthouder dienen ook rechtstreeks uit de wet te volgen en het parlement moet de toezichthouder kunnen horen zonder toestemming van de minister. De onafhankelijkheid is nu vaak niet goed genoeg geborgd.

De onderzoeksvraag
Het Nederlandse parlement heeft zelf geen onderzoeksdienst. Dat betekent in de praktijk vaak dat de regering bij misstanden verzocht wordt haar eigen handelen extern te laten onderzoeken. Dit zijn politiek gevoelige onderzoeken en als er forse misstanden zijn, heeft de regering de natuurlijke neiging om de onderzoeksvraag zo te stellen dat een deel van de problemen niet boven water komt. En we hebben gezien dat de onderzoekers niet zomaar openbaar verantwoording willen afleggen. Daarom moeten er nieuwe afdwingbare regels hiervoor komen, waardoor de regering bijvoorbeeld niet meer zelf de onderzoeksvraag kan bepalen, wanneer haar eigen handelen onderwerp van onderzoek is”.

Het werk voor en door de overheid wordt gedaan door ambtenaren, in functie ambtsdragers.
Pieter Omtzigt:
Een professionele en benaderbare ambtelijke dienst
De Nederlandse ambtelijke dienst is professioneel en bestaat uit toegewijde mensen. Een aantal mechanismes leidt er echter toe dat wanneer er iets misgaat, het niet gemakkelijk weer wordt rechtgezet. Dat komt onder andere door slechte wetgeving, rigide uitvoering of te veel reorganisaties, die vaak leiden tot langdurige onzekerheid.

Aanvullende maatregelen
Hier ligt een belangrijke opgave voor de politieke aansturing, maar er is ook een aantal aanvullende maatregelen nodig. Zo dient de algemene bestuursdienst, waarin de topambtenaren zitten, te leiden tot veel minder rotatie van topambtenaren tussen departementen, zonder deze natuurlijk onmogelijk te maken. Daarnaast dienen misstanden gemakkelijker aan het licht te komen. Dat kan door betere bescherming van klokkenluiders. Deze is aan precieze regels gebonden en de Raad van Europa heeft daarvoor een goed voorstel gedaan, dat wij in Nederland moeten doorvoeren.

Cultuuromslag
Deze bescherming geldt overigens niet alleen voor ambtenaren maar ook voor gewone werknemers (inclusief mensen die als uitzendkracht werken of op andere wijze worden ingehuurd). Dit vraagt echter wel om een cultuuromslag binnen organisaties waarbij het normaler wordt om kritiek over bijvoorbeeld handelen in strijd met de wet serieus te nemen, zodat de problemen intern kunnen worden opgelost en mensen niet langer als klokkenluider naar buiten hoeven te treden maar intern reeds een luisterend oor krijgen.

Benaderbaarheid
Tot slot is het van belang dat ambtelijke diensten gemakkelijker benaderbaar zijn. Veel websites van de overheid bevatten goed leesbare teksten, maar brieven van de Belastingdienst of andere instanties zijn zelden opgesteld in begrijpelijke taal. Die kunnen echt een stuk eenvoudiger, en ook dient op elke brief een naam met telefoonnummer en emailadres te staan van de behandelend ambtenaar. Het is een relatief eenvoudige maatregel en de overheid krijgt op deze manier weer een gezicht. De voorbeelden waarbij mensen nu verdwalen in doolhoven waarbij ze niemand te spreken krijgen die hun probleem kan oplossen, zijn talrijk”.
Aldus Pieter Omtzigt.

Een vraag aan jou: “hoe zie jij het functioneren van de overheid (nu)?”.

Abonneren RESPECTONLINE / Telegraafsma



Telegraafsma #31: Het belang bepaalt de mening

Politiek is de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus. We hebben al enige tijd de verkiezingen voor de Tweede Kamer achter de rug en we kunnen nu dan ook op deze begripsomschrijving terug vallen om de huidige status van het bestuur van ons land te begrijpen, en / of daar een mening over te hebben. Debatten in ‘de Kamers’, in de media, op pleinen en in straten etaleren de verschillende manieren van denken. Doorslaggevende argumenten moeten het pleit bezorgen. Stemmingen moeten tot besluitvorming leiden. Machtsverhoudingen spelen een hoofdrol bij het maken van de keuzes, het inrichten van het beleid, bij het spelen van het spel, het kiezen van een pad.

“Onderzoek toont aan, …….”
Een dagelijks gehoorde uitspraak: “onderzoek toont aan, ….”. In politieke debatten, bij dagelijkse besluitvorming, bij het verdedigen van belangen, bij het ondernemen, enzovoort zodra het van belang is vertrouwen te winnen of een ander te overtuigen spreekt men deze woorden uit. Zo van: “ik heb echt wel gelijk, want wetenschappelijk onderzoek bewijst mijn gelijk”. Je zal dus aan de studie moeten om net zo overtuigd te raken als degene die jou met al die wetenschap en bewijzende onderzoeken confronteert. Als je de moeite wil nemen je in het denken en doen van een ander te verdiepen ‘dan moet je aan de bak’.

Wat is wetenschap eigenlijk?
Opgezocht op Wikipedia: “Wetenschap is zowel de systematisch verkregen, geordende en controleerbare menselijke kennis, het bijbehorende proces van kennisverwerving, als de gemeenschap waarin deze kennis wordt verzameld. Deze gemeenschap heeft haar eigen wetenschappelijke methodes en afgesproken gewoonten om tot hypotheses, wetmatigheden, theorieën en systemen te komen. Moderne wetenschap heeft verschillende kenmerken, die min of meer gelden in uiteenlopende vakgebieden. Wetenschap wil onder meer aspecten van de ervaren werkelijkheid op een systematische en gedegen wijze onderzoeken en proberen te begrijpen. Daarmee kan men de werkelijkheid zoals de natuur soms beheersen en soms verschijnselen voorspellen”.

Wetenschappelijke methode
Wetenschap volgt doorgaans de wetenschappelijke methode. Dat is niet zomaar wat. Je kan dus niet zomaar zeggen dat “onderzoek jouw gelijk bewijst”. Je kan je gelijk niet zomaar even van een plank af nemen en je mening er mee afdoen. Nog maar eens verder met definiëren:

“Wetenschap:
* wil diepgaande algemene verbanden ontdekken (wetmatigheden) die een veelheid van verschijnselen rationeel verklaren met een toetsbare theorie. Voor het beschrijven van de verbanden gebruikt wetenschap vaak de wiskunde;

* wordt ondersteund door empirische gegevens verkregen door bijvoorbeeld experimenten, bronnenonderzoek, veldonderzoek of andere manieren en zo nauwkeurig mogelijke beschrijvingen daarvan;

* is toetsbaar en stelt zich daarmee bloot aan eventuele weerlegging (falsifieerbaarheid, falsificatie). Weerlegging werkt zuiverend en is essentieel omdat het leidt tot verbetering van de theorie en tot nieuwe experimenten. Als een bewering geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid of in de wiskunde biedt – niet toetsbaar is en dus ook niet weerlegd kan worden – heeft de wetenschap daar niets aan;

* kan vaak voorspellingen doen en stelt zich daarmee bloot aan die eventuele weerlegging via falsifieerbaarheid en falsificatie;

* geeft aan welke beperkingen er zijn aan de geldigheid van veronderstellingen, methoden en resultaten. Levert zelfkritiek;

* maakt gegevens openbaar en geeft inzicht in de gebruikte methoden zodat anderen het onderzoek kunnen controleren en eventueel herhalen, is reproduceerbaar. Methoden, resultaten en conclusies worden beargumenteerd, en discussie wordt met argumenten gevoerd;

* publiceert uitkomsten veelal in een overzichtelijk wetenschappelijk artikel en in een wetenschappelijk tijdschrift en presenteert deze op congressen. Wetenschappelijke tijdschriften laten ingestuurde artikelen beoordelen door collega-onderzoekers (deze referees voeren de collegiale toetsing of peerreview uit). Zij adviseren de redactie van het tijdschrift over verbetering, aanvaarding of afwijzing van de artikelen. Wetenschappelijke tijdschriften zorgen voor regelmatige samenvattingen en beoordelingen (reviews) van de voortgang in een vakgebied, geschreven door vooraanstaande onderzoekers. Ook organisatoren van wetenschappelijke congressen selecteren bijdragen en laten overzichten van een vakgebied maken;

* controleert eerder verkregen resultaten van andere onderzoekers en herhaalt experimenten en andere vormen van onderzoek. Als een resultaat niet gereproduceerd kan worden, vervalt dat resultaat (wetenschap zuivert zichzelf);

* bouwt voort op werk van anderen maar pleegt geenplagiaat en citeert met bronvermelding;

* is neutraal en niet direct gebonden aan een bepaalde ideologie, commerciële onderneming, politiek, godsdienst of eigen belang. Doet bijvoorbeeld ter verklaring geen beroep op een religieuze ideologie die bovennatuurlijke machten erkent of op een politieke of racistische ideologie. Is ook in deze zin objectief:

* is een sociale activiteit: resultaten worden vaak in groepsverband verkregen, en altijd in overleg beoordeeld, aanvaard of afgewezen. Onderzoekers in een vakgebied zijn doorgaans georganiseerd in nationale en internationale gemeenschappen of beroepsverenigingen, die regelmatig wetenschappelijke congressen organiseren ter bespreking van onderzoek;

* omvat het ontwikkelen en gebruik maken van kennis in de praktijk in zogenaamde op toepassing gerichte of toegepaste wetenschap;

* is systematisch in de zin dat steeds wordt getracht series gelijkvormige vragen te beantwoorden en lacunes in de kennis op te vullen”.

Slechte wetenschap
Aan de hand van deze kenmerken kan wetenschap van slechte wetenschap, pseudowetenschap en wetenschappelijke fraude worden onderscheiden. Slechte wetenschap kan bestaan uit slordig onderzoek, gebruik van een wankele theorie en regelrechte fraude. Pseudowetenschap kan gebruikmaken van een onbewezen theorie of gegevens die niet bevestigd kunnen worden door herhaling van waarnemingen of experimenten.

‘De waarheid’
Er bestaat dus goede en slechte wetenschap. Dat kun je onderzoeken en uiteindelijk wel bewijzen. Edoch: in de politiek werkt het blijkbaar toch anders. Macht en tegenmacht speelt een rol, slimmigheid, ambities, persoonlijke verhoudingen, talloze invloeden van buitenaf, de waarheid van de één is niet zo maar de waarheid van de ander. Er wordt wat afgepraat, ……
De ene partij laat aan de andere partij zien wat hij of zij wil, men giet de eigen werkelijkheden in voor ieder voor zich passende modellen. Het is een werkwijze geworden: men maakt de modellen zo dat er in ieder geval een gewenste uitkomst te verwachten is. Er gaat input in en er komt output uit, steeds vaker er tussen in: een ‘black box’, ………..Of vergelijkbaar met zoals Picasso het gezegd heeft: “zo’n regering is net een computer. Er komen alleen maar antwoorden uit”.

Pieter Omtzigt maakt daar een analyse van met zijn streven naar:
Minder planbureau’s, minder modellen, meer mensen, meer denktanks
Hij zegt daarover in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’: “We hebben gezien hoe ingewikkeld de belastingen in Nederland geworden zijn als gevolg van de modellen waarmee gewerkt wordt. Hoe meer prikkels nodig zijn, wordt bepaald aan de hand van die modellen en niet aan de hand van de realiteit. De Rekenkamer geeft namelijk aan dat de regering eigenlijk nooit onderzoek doet naar de bijna 100 miljard euro belastingfaciliteiten die in Nederland bestaan. De prikkels zijn enorm, maar het effect wordt niet gemeten.

Voorlichters
Meer dan zevenhonderd voorlichters verkopen het beleid. Begrijp me niet verkeerd: een ministerie heeft voorlichters nodig en in een pandemie is publieksvoorlichting een zeer belangrijke functie. Maar het gegeven dat minder dan honderd mensen bij de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid en de adviesraden werken (inclusief een enkele voorlichter) laat zien hoe ver dit uit balans is. Er is ook geen adviesraad voor belastingen en uitkeringen. Terwijl juist in het gecompliceerde samenspel enorm problemen zitten, die veel kennis, studie en tijd kosten.

We hebben daarom in Nederland een aantal zaken nodig:
* Meer denktankcapaciteit, juist ook bij de overheid zelf over het vastgelopen belastingstelsel en ook de rechtsstaat. Op deze beide terreinen helpt het niet om nog een prikkel tegen het licht te houden of om te kijken aan welke knop er dit jaar gedraaid kan worden. Het is noodzakelijk om het hele systeem te doorgronden en tegen het licht te houden. Het aantal voorlichters daarentegen is de afgelopen jaren te hard opgelopen.
* De overheid gebruikt alleen open modellen, en maakt ruimte voor discussie over de modellen en hun uitkomsten.
* De Algemene Rekenkamer bekijkt achteraf hoe duur de maatschappelijke kosten werkelijk zijn van bijvoorbeeld de maatregelen uit het klimaatakkoord, en stelt daarvoor ook de definities vast.

Definities en modellen
Het zal dus niet meer mogelijk zijn om vrijelijk eigen definities en eigen niet-transparante modellen te bedenken met betrekking tot maatregelen. Soms denk ik wel dat als je het beleid echt wil bepalen, je de definities en de modellen moet maken en niet de wetten.

Openheid over informatie en een goede informatiehuishouding
Het lijkt zo simpel, maar de informatie bij de Rijksoverheid is al lange tijd niet op orde. De Belastingdienst kon de dossiers van burgers niet samenstellen en was niet in staat de Kamer goed te informeren. Daar kwam bij dat lange tijd niemand in de top van de Belastingdienst in leek te zien hoe een combinatie van maatregelen desastreus uitpakte.

De wereld op zijn kop
Als je informatiesystemen en archieven niet op orde zijn, neem je dus foute besluiten, kun je burgers niet helpen en komen sommige burgers en bedrijven helemaal klem te zitten. Het is toch vreemd dat de minister-president zorgt dat er nauwelijks gespreksverslagen zijn van zijn bijeenkomsten waarin over miljarden besloten wordt, in een land waar de thuiszorg een minutenregistratie bijhoudt van elk contact met cliënten en waar de leraar op de basisschool uitgebreide leerlingvolgsystemen moet invullen. Dit is de wereld op zijn kop en een manier om niet controleerbaar te (willen) zijn.

Informatiestandaarden
De regering gaat een regeringscommissaris hiervoor aanstellen. Dat is een eerste stap, maar er is meer nodig: de regeringscommissaris moet ook standaarden opstellen voor welke verslagen opgesteld moeten worden en welke stukken bewaard moeten worden. En de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed moet archieven controleren en boetes opleggen als de informatiesystemen en archieven niet aan wettelijke eisen voldoen”. Aldus Pieter Omtzigt.

Verder
We moeten nu verder: er is dus nog geen nieuwe regering. Op vele terreinen wordt er om beleid en bestuur geschreeuwd. ‘Het is een meervoudige crisis’. De gesprekken moeten worden gevoerd, er zullen resultaten moeten komen. Keuzes in acties en daden worden omgezet. Aan de slag: met dé waarheid. Een vraag: “Hoe bepaal jij jouw waarheid, waar je een ander van wil overtuigen?”. Welke belangen en modellen bepalen jouw meningen?

Abonneren / deelnemen: klik op deze link

Telegraafsma #30: Armoede

Willem Massier

Een goede relatie, Willem Massier, schrijft op zijn website (www.willemmassier.nl):
“Getriggerd vanuit ervaringen in mijn eigen jeugd werd ik – in aanloop naar de Tweede kamer verkiezingen in 2021 – getroffen door een artikelen reeks op ‘Follow the Money’. ‘Dit kan niet waar zijn’, dacht ik in eerste instantie, toen ik las dat in Nederland anno 2021 de armoede bewust in stand wordt gehouden. Het bleek wel waar te zijn. Ondanks het feit dat armoede en schulden grote impact hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen en hun opgroeiende kinderen. Vooral als financiële problemen langere tijd aanhouden. En laat dat nu juist aan de hand zijn.

Leven in armoede is een immens probleem. Het is lijden!
Ga maar na:
– constante stress;
– je kinderen niet kunnen geven, wat andere ouders wel kunnen;
– of als kind geen recht hebben op kinderbijslag omdat je ouders geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;
– soms in het openbaar worden gekleineerd;
– een enorm gevoel van minderwaardigheid;
– de constante be- en veroordeling vanuit de maatschappij;
– overal voor moeten verantwoorden
– meer kans op problemen met werkloosheid, uitkeringen, relaties, schulden, gezondheid, en wonen;
– niet echt kunnen meedoen in de samenleving: emancipatie en participatie van arme mensen in de samenleving is kleiner, denk maar aan de kosten voor reizen, relaties, geschenken, ontvangsten, contributies, etentjes, etc.

Kinderen krijgen al deze zaken ook mee!
Het Kinderrechten collectief schrijft in een op 30 april 2021 gepresenteerd rapport over de Nederlandse situatie, dat één op de dertien kinderen opgroeit in armoede, ook al heeft 40 procent van hen werkende ouders. De politiek houdt armoede bewust in stand!
Omdat er een prikkel vanuit zou gaan om arme mensen ‘weer’ aan het werk te krijgen, waardoor ze ‘ons’ minder kosten.
Maar …………
– iedereen met gezond verstand begrijpt, dat een mens vanuit de hierboven geschetste positie nauwelijks kans heeft op een baan die echt perspectief biedt;
– ook keihard werkende mensen (veelal ZZP-ers) en ouderen die – zonder dat ze daar iets aan konden doen – hun baan kwijt raakten, horen tot deze groep;
– er wordt dus helemaal geen rekening gehouden met wat dit voor opgroeiende kinderen en jongeren betekent en de lasten (denk aan de nu al volkomen overbelaste Jeugdzorg) en kosten die de tijdens het opgroeien opgelopen schade later voor de samenleving betekenen.

Zelfs een grondrecht als wonen staat door regeringsbeleid onder druk.
Wonen is zowel in de Grondwet als de Universele Verklaring van de rechten van de mens een grondrecht. De woningcrisis in Nederland wordt veroorzaakt, doordat dit grondrecht volledig wordt overgelaten aan het recht van de sterkste via het heilig geloof in de markt.
De situatie verbetert niet, maar verslechtert door de coronapandemie, maar ook door actuele politiek:
– tot 2035 wordt de nu volgens het CPB en SCP al € 3.000 te lage bijstandsuitkering verder afgeroomd.Het tijdens verkiezingstijd gedropte – maar ook bij andere partijen levende – idee van CDA-minister Hoekstra om de WW met nog een jaar te verkorten;
– de nieuwe deurwaarderswet die het voor mensen met schulden nog moeilijker maakt om daar ooit weer uit te komen;
– en eerder al: de verhuurdersheffing, waardoor de sociale woningbouw kwakkelt;
– de uitholling door verregaande bezuinigingen op eerst de sociale advocatuur en vervolgens de rechtbanken”.

Willem Massier zit niet stil:
“Volop inzetten op en ondersteunen van genoemde lokale initiatieven betekent meer sociale cohesie in de buurt. Het betekent ook, dat mensen elkaar meer ontmoeten, beter leren kennen en gemakkelijker gaan helpen als dat gewenst of noodzakelijk is. Tegelijkertijd biedt sociale cohesie ook grote kansen om een sociaal netwerk te bouwen en daarmee ondersteunende initiatieven veel dichterbij de doelgroep te brengen. Maar de grote boosdoener voor mensen levend in armoede of worstelend met trauma’s, schulden, laaggeletterdheid, ontslag, discriminatie en ondermijning blijkt steeds de structurele en verlammende immense stress. Ook daarvoor is een goed en warm sociaal netwerk een belangrijke weg naar verbetering van situaties: gedeelde smart is halve smart. En ook zodra mensen het aandurven de schaamte voor hun stressfactor te delen, kan het sociale netwerk ook zijn wegwijzerende en zelfs genezende werk doen”.
(Meer op de website van Willem).

Grondwettelijke taken
Ook Pieter Omtzigt wijst op het belang de grondwettelijke taken van de staat, onderwijs, volkshuisvesting, een bestaansminimum, serieus te nemen: “De Grondwet bevat ook taken die niet kunnen worden afgedwongen via een constitutioneel hof, zoals deze drie voorbeelden:
– Artikel 20.1 De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 22.2 Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 23.1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.

Sociaal minimum
We moeten deze taken echt serieus nemen als kerntaken van de overheid. Ze staan immers niet voor niets in de Grondwet. Wat artikel 20 betreft, betekent het bijvoorbeeld dat wij heel helder moeten definiëren wat het sociaal minimum is voor verschillende huishoudsamenstellingen en dat we dat vervolgens ook als uitgangspunt nemen. Niet op basis van modellen maar op basis van wat mensen echt nodig hebben. Dit zouden we elke twee jaar moeten doen. Het opnieuw geijkte sociale minimum is dan ook het uitgangspunt voor bijvoorbeeld uitkeringen en het betalen van belastingen.

Wonen
Het bevorderen van voldoende woongelegenheid (Artikel 21) is de afgelopen jaren onvoldoende gedaan. We hebben nu een tekort van 331.000 woningen. Het gevolg hiervan is dat mensen in vakantiehuisjes wonen, dat jongeren lang thuis blijven wonen, dat starters geconfronteerd worden met onbetaalbare woningen en dat er lange wachtlijsten zijn voor sociale huurwoningen. Het bouwen van extra woningen dient een topprioriteit te zijn, zoals dat ook het geval was in de wederopbouwperiode. We hebben 1 miljoen woningen nodig de komende tien jaar en daarop zullen we moeten sturen.

Onderwijs
Wat de zorg voor onderwijs betreft (Artikel 23) moeten we vaststellen dat de prestaties van 15-jarigen in het leesonderwijs hard zijn gedaald. In 2003 deed Nederland het nog goed in de Pisa-vergelijking. Slechts 11 procent van de 15-jarigen liep toen het risico op laaggeletterheid. Dat is inmiddels meer dan verdubbeld naar 24 procent in 2018. Je kunt geen kennissamenleving zijn als zo’n groot deel van de jeugd moeite heeft met lezen. De onderwijsachterstanden die in de coronatijd ontstaan zijn, maken de uitdaging alleen maar groter.

Centrale kerntaken
Het is van groot belang dat deze drie kerntaken van de overheid veel centraler komen te staan in de politiek en niet slechts vrome wensen blijven in de Grondwet”. Aldus Pieter Omtzigt.

Abonneren