Categoriearchief: Pieter Omtzigt

Respect Online #33: ‘Bloeden’

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Het kan zo maar gebeuren dat je je in je vingers snijdt. Het is dan maar te hopen dat het bloeden snel stopt en dat niemand je gunt dat het blijft bloeden. De Tweede Kamer verkiezingen van maart dit jaar hebben nog niet tot een nieuwe regering geleid. De verkiezingen waren het gevolg van een verloren vertrouwen in de regering na ‘een aantal ongelukken’. Om tot een nieuw Kabinet te komen hebben verschillende informateurs de nodige (voor)onderzoeken gedaan.

De heer J.W. Remkes
De meest recente informateur, de heer J.W. Remkes heeft verslag gedaan van zijn informatiewerkzaamheden om te komen tot een nieuw Kabinet, een nieuwe regering. Hij is begonnen met “het onderzoeken van mogelijkheden voor een minderheidscoalitie uit een nader te bepalen combinatie van VVD, D66 en CDA, waarbij deze minderheidscoalitie een constructieve en vruchtbare samenwerking moet zoeken met de Staten-Generaal”. Dat heeft niet tot een resultaat geleid.

De heer Remkes schrijft in zijn verslag ook:
Nieuwe bestuurscultuur
“Gedurende het proces “steunden alle fractievoorzitters het brede draagvlak voor een nieuwe bestuurscultuur en konden zij zich vinden in een concrete invulling hiervan door een beknopt regeerakkoord  en de verdere uitwerking hiervan  door de kandidaat-ministers in een regeerprogramma”.

Zelfde coalitie
Uiteindelijk kwam er toch een resultaat van de ‘informatieronde Remkes’: “Het beoogde kabinet zal berusten op een coalitie van de fracties van VVD, D66, CDA en ChristenUnie met een beknopt regeerakkoord over de doelen van (financieel en fiscaal) beleid binnen welk kader door de kandidaat-ministers een regeerprogramma met instrumenten om de doelen te bereiken wordt gemaakt dat wordt vastgesteld in het constituerend beraad en vervolgens ongewijzigd wordt overgenomen door de ministerraad”.
Een voortzetting van ‘de oude coalitie’ dus.

Breed draagvlak
“In aanvulling op het voorgaande is het mijn overtuiging dat er een breed draagvlak is om op deze wijze een belangrijke bijdrage te leveren aan een nieuwe bestuurscultuur en bestuurlijke vernieuwing die door het nieuwe kabinet ook op andere punten verder zullen worden uitgewerkt, waaronder wezenlijke aanpassingen in de verhouding tussen overheid en burgers met inbegrip van wijzigingen in wet- en regelgeving en nieuwe vormen van participatie. Het kabinet zal verder op basis van het regeerakkoord en regeerprogramma, met gebruikmaking van verschillende analyses en rapporten van maatschappelijke organisaties en deskundigen, nieuw beleid ontwikkelen en daaraan uitvoering geven op belangrijke gebieden als het klimaat, economie en innovatie, de stikstofproblematiek, het onderwijs, kansengelijkheid, de arbeidsmarkt en (internationale) veiligheid”. Aldus de informateur, de heer Johan Remkes.

Sorry?
De informateur heeft er dus vertrouwen in dat “er een breed draagvlak is om op deze wijze een belangrijke bijdrage te leveren aan een nieuwe bestuurscultuur en bestuurlijke vernieuwing”. Het is niet helemaal duidelijk waarop dit vertrouwen is gebaseerd, dus we zien het graag als een belofte. De erfenissen uit het verleden, zoals de toeslagenaffaire, zullen met de aanstaande parlementaire enquêtes directe toetsstenen zijn voor de daadwerkelijke realisatie van die nieuwe bestuurscultuur. Alleen maar sorry zeggen zal daarbij niet genoeg zijn. Rechtvaardigheid vraagt om meer dan dat. Hoe gaat het nemen van verantwoordelijkheid er uit zien? Komen de (grond)rechten en plichten, met de machten en tegenmachten, weer met elkaar in evenwicht?

Pieter Omtzigt schrijft in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’ het volgende’:
“Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat.
‘Rechtvaardigheid is de houding krachtens welke iemand met standvastige en bestendige wil aan ieder zijn rechten toekent’, zo stelde ooit de filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1125-1274). Zijn definitie van rechtvaardigheid was zeker niet nieuw maar ontleende hij aan het Romeinse recht. Via de Romeinen en via onder andere Plato, Aristoteles, Cicero en Augustinus is deze gedachte van het suum cuique tribuere –‘ieder het zijne toebedelen’ – gaandeweg gemeengoed geworden in de westerse traditie. De publieke rechtvaardigheid vormt de basisnorm voor het maatschappelijke en politieke leven en is een kernwaarde van onze moderne rechtsstaat. Want in een rechtvaardige samenleving behoren de gelijke rechten van iedere burger ook tegenover de overheid gewaarborgd te zijn. Voor iedereen geldt immers hetzelfde recht en ieder dient zich aan het recht te houden: burgers, organisaties en overheid.

Grondbeginselen
In de rechtsstaat heeft de overheid bijzonder veel macht. Deze macht ontvangt zij van de burgers, om zo in de noodzakelijke, gemeenschappelijke behoeften te voorzien. De overheid is er kortom niet voor zichzelf maar voor de burger, en juist dat legitimeert haar macht, binnen de grenzen van het recht. Deze impliciete afspraak tussen overheid en samenleving – of te wel het sociaal contract – zorgt ervoor dat de macht van de overheid ook alleen voor het doel van het publieke recht wordt aangewend, en niet voor iets anders. Het contract staat dus model voor een vertrouwensbasis. Maar hoe kunnen we er als samenleving op vertrouwen dat het sociaal contract ook daadwerkelijk wordt nageleefd en burgers beschermd zijn tegen potentieel machtsmisbruik door de staat? Het antwoord is: door de rule of law, door de waarborging van de grondrechten en door echt werk te maken van de machtenscheiding: macht en tegenmacht, checks-and-balances. Dit zijn de drie grondbeginselen van de rechtsstaat.

Trias politica

Onze rechtsstaat is gebouwd op het principe dat het iedere macht begrensd wordt, ook de macht van de staat. Dit gebeurt onder meer door overheidsmacht te spreiden over verschillende organisaties, die in een bepaald evenwicht tot elkaar staan. Deze machtenscheiding voorkomt dat de staatsmacht de burger blootstelt aan willekeur van de overheid. Aan de basis van dit beginsel van machtenscheiding staan de ideeën van de Franse sociaal en politiek filosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Zijn driemachtenscheiding, de trias politica, heeft de staatinrichting van veel westerse landen beïnvloed, waaronder die van Nederland, en houdt in dat de macht in een land verdeeld moet zijn tussen een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Deze drie machten kunnen niet zonder elkaar, het zijn de drie pijlers van elke rechtsstaat. Wel dienen zij onafhankelijk van elkaar werkzaam te zijn en elkaars werking te controleren. Van een zuivere machtenscheiding is echter nooit sprake, eerder van een systeem van checks-and-balances dat ervoor zorgt dat het evenwicht tussen de drie staatsmachten in stand wordt gehouden.

Machtsevenwicht?
Evenwicht is dus cruciaal en vormt de essentie van de trias politica. In Nederland is de wetgevende macht niet strikt gescheiden van de uitvoerende macht, omdat de uitvoerende macht, de regering, ook wetgevende taken heeft. Het machtsevenwicht is mede hierdoor altijd wat kwetsbaarder geweest. De laatste jaren is het machtsevenwicht echter aan ernstige erosie onderhevig.

Betere rechtsbescherming, vooral bij het bestuursrecht
De getroffen ouders in de toeslagenaffaire hadden procedureel geen schijn van kans: hun werd niet verteld welke stukken ze moesten inleveren om aan te tonen dat zij recht hadden op de toeslag. Bezwaren werden vaak pas na achttien maanden behandeld. En volgens de wet hadden de toeslagen niet eens vooraf stopgezet mogen worden. Toch vingen zet bot bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, die juist bescherming moet bieden tegen overheidshandelen. Het bestuursrecht is een steile klim geworden voor de eenzame burger die zonder veel bijstand de hele weg tegen de machtige overheid met diepe zakken moet procederen.

Getouwtrek
Al in maart 2019 nam de Kamer met algemene stemmen mijn motie aan voor een advies over de praktische rechtsbescherming voor burgers en kleine  bedrijven bij de Belastingdienst. De regering zag aanvankelijk het probleem niet zo. Pas na veel getouwtrek kwam er een jaar later een commissie. Het advies van deze commissie is nu bijna klaar.

Bescherming van burgers
Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Van Dam uit december 2020 hebben we ook om een advies gevraagd bij de gezaghebbende Venetiëcommissie. Dat advies zal gaan over de bescherming van burgers in het bestuursrecht en tevens gaan over de vraag of er genoeg macht en tegenmacht is in Nederland. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is formeel een onderdeel van de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Er zijn veel oud-ministers en -staatssecretarissen lid van. De vraag kan gesteld worden in hoeverre de Afdeling zich onafhankelijk genoeg opstelt ten opzichte van de uitvoerende overheid. In de kinderopvangtoeslagzaken is hiervan niet of te weinig gebleken”. Aldus Pieter Omtzigt.

Motivatie
Een vraag kan zijn wat alle betrokkenen motiveert om ‘aan het spel deel te nemen’? Welke doelen streeft men na? Naast de vanzelfsprekende doelen voor degenen die worden vertegenwoordigd, zoals het verwezenlijken van partijprogramma’s, zullen er persoonlijke motieven zijn. Bijvoorbeeld: ‘is men ‘macht-gedreven’, ‘geld-gedreven’, en/of ‘waarden-gedreven’?.

De onderste steen boven
We gaan zien hoe het bloeden gestopt gaat worden en of ook de littekens zullen herstellen. Hoe we gezond weer verder kunnen. Als de wonden kunnen herstellen is er inderdaad weer een mogelijkheid het leven met elkaar te delen. De vernieuwingen laten dan de transitie zien van het oude naar het nieuwe, de toekomst. Spannend wordt dat met alle bagage en herinneringen die over de grenzen worden meegenomen. Transparantie zal daarbij een belangrijk woord van betekenis blijken gedurende de omvangrijke transitie. In elk dossier zal de onderste steen naar boven moeten komen. Wij gaan dat volgen: www.deonderstesteenboven.nl.

Er is al vaker gesproken over een sorry-democratie, in het boek :
Sorry-democratie, recente politieke affaires en de ministeriele verantwoordelijkheid
van Ed van Thijn. (Van meer dan 20 jaar geleden, ………).
Bol.com vat samen:
Het lijkt er steeds meer op dat parlementaire kritiek op het kabinet die niet adequaat beantwoord kan worden, kan worden afgekocht met een simpel ‘Het spijt me’ van de minister of staatssecretaris. En dat roept ernstige vragen op. Hoe is het gesteld met het primaat van de politiek en de loyaliteit van de ambtenaren? Kunnen ambtenaren vrijelijk draden spannen om hun bewindslieden te laten struikelen? Raakt de ministeriële verantwoordelijkheid uitgehold en zit het parlement nog wel voldoende op het vinkentouw? Ed van Thijn bekleedt sinds april 1997 de Dr. J.M. den Uylleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam en geeft college over de veranderende rol van de. staat en de relatie tussen politiek en bureaucratie. In dit boek presenteert hij samen met zijn studenten een onderzoek naar een aantal affaires van de laatste jaren. Het IRT, korpschef Brinkman, de Iraanse vluchtelingen, Schiphol, Gümüs, Srebrenica, de Bijlmerramp, het Ctsv, de Eurotop, de Herculesramp, Bouterse, het drugsbeleid, Docters van Leeuwen – het zijn stuk voor stuk zaken die veel stof deden opwaaien en waarover in veel gevallen nog niet het laatste woord is gezegd.

Sorry, en dan?
20 jaar geleden werden de laatste woorden dus nog niet gezegd. In de meeste zaken nog steeds niet. Als je alles anders en opnieuw beter gaat doen dan moet je er ook echt voor gaan. De onderste steen boven dus. Wij gaan dat volgen. Er komen meerdere parlementaire enquêtes aan. Naast alle andere gebeurtenissen en ontwikkelingen waarbij een echt begrip en kennis van de feiten van het allergrootste belang zijn. Graag horen wij welke stenen jij ziet!

Deelnemen
Respect ONLINE / De Telegraafsma is de nieuwsbrief behorend bij de website www.respect.eu. Deelnemers en donateurs ontvangen de ‘ONLINE’ direct na het verschijnen in de eigen mailbox.  Jij kan de uitgave van de Respect ONLINE ondersteunen en actief deelnemen aan het ‘Respect-platform’. Dat kan door hier te klikken.
Je donateurschap is daarmee een lidmaatschap voor het verkrijgen van informatie over maatschappelijke onderwerpen en waardevolle belangenbehartiging.
Je bent actief deelnemer: je denkt en doet mee!

Telegraafsma #31: Het belang bepaalt de mening

Politiek is de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus. We hebben al enige tijd de verkiezingen voor de Tweede Kamer achter de rug en we kunnen nu dan ook op deze begripsomschrijving terug vallen om de huidige status van het bestuur van ons land te begrijpen, en / of daar een mening over te hebben. Debatten in ‘de Kamers’, in de media, op pleinen en in straten etaleren de verschillende manieren van denken. Doorslaggevende argumenten moeten het pleit bezorgen. Stemmingen moeten tot besluitvorming leiden. Machtsverhoudingen spelen een hoofdrol bij het maken van de keuzes, het inrichten van het beleid, bij het spelen van het spel, het kiezen van een pad.

“Onderzoek toont aan, …….”
Een dagelijks gehoorde uitspraak: “onderzoek toont aan, ….”. In politieke debatten, bij dagelijkse besluitvorming, bij het verdedigen van belangen, bij het ondernemen, enzovoort zodra het van belang is vertrouwen te winnen of een ander te overtuigen spreekt men deze woorden uit. Zo van: “ik heb echt wel gelijk, want wetenschappelijk onderzoek bewijst mijn gelijk”. Je zal dus aan de studie moeten om net zo overtuigd te raken als degene die jou met al die wetenschap en bewijzende onderzoeken confronteert. Als je de moeite wil nemen je in het denken en doen van een ander te verdiepen ‘dan moet je aan de bak’.

Wat is wetenschap eigenlijk?
Opgezocht op Wikipedia: “Wetenschap is zowel de systematisch verkregen, geordende en controleerbare menselijke kennis, het bijbehorende proces van kennisverwerving, als de gemeenschap waarin deze kennis wordt verzameld. Deze gemeenschap heeft haar eigen wetenschappelijke methodes en afgesproken gewoonten om tot hypotheses, wetmatigheden, theorieën en systemen te komen. Moderne wetenschap heeft verschillende kenmerken, die min of meer gelden in uiteenlopende vakgebieden. Wetenschap wil onder meer aspecten van de ervaren werkelijkheid op een systematische en gedegen wijze onderzoeken en proberen te begrijpen. Daarmee kan men de werkelijkheid zoals de natuur soms beheersen en soms verschijnselen voorspellen”.

Wetenschappelijke methode
Wetenschap volgt doorgaans de wetenschappelijke methode. Dat is niet zomaar wat. Je kan dus niet zomaar zeggen dat “onderzoek jouw gelijk bewijst”. Je kan je gelijk niet zomaar even van een plank af nemen en je mening er mee afdoen. Nog maar eens verder met definiëren:

“Wetenschap:
* wil diepgaande algemene verbanden ontdekken (wetmatigheden) die een veelheid van verschijnselen rationeel verklaren met een toetsbare theorie. Voor het beschrijven van de verbanden gebruikt wetenschap vaak de wiskunde;

* wordt ondersteund door empirische gegevens verkregen door bijvoorbeeld experimenten, bronnenonderzoek, veldonderzoek of andere manieren en zo nauwkeurig mogelijke beschrijvingen daarvan;

* is toetsbaar en stelt zich daarmee bloot aan eventuele weerlegging (falsifieerbaarheid, falsificatie). Weerlegging werkt zuiverend en is essentieel omdat het leidt tot verbetering van de theorie en tot nieuwe experimenten. Als een bewering geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid of in de wiskunde biedt – niet toetsbaar is en dus ook niet weerlegd kan worden – heeft de wetenschap daar niets aan;

* kan vaak voorspellingen doen en stelt zich daarmee bloot aan die eventuele weerlegging via falsifieerbaarheid en falsificatie;

* geeft aan welke beperkingen er zijn aan de geldigheid van veronderstellingen, methoden en resultaten. Levert zelfkritiek;

* maakt gegevens openbaar en geeft inzicht in de gebruikte methoden zodat anderen het onderzoek kunnen controleren en eventueel herhalen, is reproduceerbaar. Methoden, resultaten en conclusies worden beargumenteerd, en discussie wordt met argumenten gevoerd;

* publiceert uitkomsten veelal in een overzichtelijk wetenschappelijk artikel en in een wetenschappelijk tijdschrift en presenteert deze op congressen. Wetenschappelijke tijdschriften laten ingestuurde artikelen beoordelen door collega-onderzoekers (deze referees voeren de collegiale toetsing of peerreview uit). Zij adviseren de redactie van het tijdschrift over verbetering, aanvaarding of afwijzing van de artikelen. Wetenschappelijke tijdschriften zorgen voor regelmatige samenvattingen en beoordelingen (reviews) van de voortgang in een vakgebied, geschreven door vooraanstaande onderzoekers. Ook organisatoren van wetenschappelijke congressen selecteren bijdragen en laten overzichten van een vakgebied maken;

* controleert eerder verkregen resultaten van andere onderzoekers en herhaalt experimenten en andere vormen van onderzoek. Als een resultaat niet gereproduceerd kan worden, vervalt dat resultaat (wetenschap zuivert zichzelf);

* bouwt voort op werk van anderen maar pleegt geenplagiaat en citeert met bronvermelding;

* is neutraal en niet direct gebonden aan een bepaalde ideologie, commerciële onderneming, politiek, godsdienst of eigen belang. Doet bijvoorbeeld ter verklaring geen beroep op een religieuze ideologie die bovennatuurlijke machten erkent of op een politieke of racistische ideologie. Is ook in deze zin objectief:

* is een sociale activiteit: resultaten worden vaak in groepsverband verkregen, en altijd in overleg beoordeeld, aanvaard of afgewezen. Onderzoekers in een vakgebied zijn doorgaans georganiseerd in nationale en internationale gemeenschappen of beroepsverenigingen, die regelmatig wetenschappelijke congressen organiseren ter bespreking van onderzoek;

* omvat het ontwikkelen en gebruik maken van kennis in de praktijk in zogenaamde op toepassing gerichte of toegepaste wetenschap;

* is systematisch in de zin dat steeds wordt getracht series gelijkvormige vragen te beantwoorden en lacunes in de kennis op te vullen”.

Slechte wetenschap
Aan de hand van deze kenmerken kan wetenschap van slechte wetenschap, pseudowetenschap en wetenschappelijke fraude worden onderscheiden. Slechte wetenschap kan bestaan uit slordig onderzoek, gebruik van een wankele theorie en regelrechte fraude. Pseudowetenschap kan gebruikmaken van een onbewezen theorie of gegevens die niet bevestigd kunnen worden door herhaling van waarnemingen of experimenten.

‘De waarheid’
Er bestaat dus goede en slechte wetenschap. Dat kun je onderzoeken en uiteindelijk wel bewijzen. Edoch: in de politiek werkt het blijkbaar toch anders. Macht en tegenmacht speelt een rol, slimmigheid, ambities, persoonlijke verhoudingen, talloze invloeden van buitenaf, de waarheid van de één is niet zo maar de waarheid van de ander. Er wordt wat afgepraat, ……
De ene partij laat aan de andere partij zien wat hij of zij wil, men giet de eigen werkelijkheden in voor ieder voor zich passende modellen. Het is een werkwijze geworden: men maakt de modellen zo dat er in ieder geval een gewenste uitkomst te verwachten is. Er gaat input in en er komt output uit, steeds vaker er tussen in: een ‘black box’, ………..Of vergelijkbaar met zoals Picasso het gezegd heeft: “zo’n regering is net een computer. Er komen alleen maar antwoorden uit”.

Pieter Omtzigt maakt daar een analyse van met zijn streven naar:
Minder planbureau’s, minder modellen, meer mensen, meer denktanks
Hij zegt daarover in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’: “We hebben gezien hoe ingewikkeld de belastingen in Nederland geworden zijn als gevolg van de modellen waarmee gewerkt wordt. Hoe meer prikkels nodig zijn, wordt bepaald aan de hand van die modellen en niet aan de hand van de realiteit. De Rekenkamer geeft namelijk aan dat de regering eigenlijk nooit onderzoek doet naar de bijna 100 miljard euro belastingfaciliteiten die in Nederland bestaan. De prikkels zijn enorm, maar het effect wordt niet gemeten.

Voorlichters
Meer dan zevenhonderd voorlichters verkopen het beleid. Begrijp me niet verkeerd: een ministerie heeft voorlichters nodig en in een pandemie is publieksvoorlichting een zeer belangrijke functie. Maar het gegeven dat minder dan honderd mensen bij de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid en de adviesraden werken (inclusief een enkele voorlichter) laat zien hoe ver dit uit balans is. Er is ook geen adviesraad voor belastingen en uitkeringen. Terwijl juist in het gecompliceerde samenspel enorm problemen zitten, die veel kennis, studie en tijd kosten.

We hebben daarom in Nederland een aantal zaken nodig:
* Meer denktankcapaciteit, juist ook bij de overheid zelf over het vastgelopen belastingstelsel en ook de rechtsstaat. Op deze beide terreinen helpt het niet om nog een prikkel tegen het licht te houden of om te kijken aan welke knop er dit jaar gedraaid kan worden. Het is noodzakelijk om het hele systeem te doorgronden en tegen het licht te houden. Het aantal voorlichters daarentegen is de afgelopen jaren te hard opgelopen.
* De overheid gebruikt alleen open modellen, en maakt ruimte voor discussie over de modellen en hun uitkomsten.
* De Algemene Rekenkamer bekijkt achteraf hoe duur de maatschappelijke kosten werkelijk zijn van bijvoorbeeld de maatregelen uit het klimaatakkoord, en stelt daarvoor ook de definities vast.

Definities en modellen
Het zal dus niet meer mogelijk zijn om vrijelijk eigen definities en eigen niet-transparante modellen te bedenken met betrekking tot maatregelen. Soms denk ik wel dat als je het beleid echt wil bepalen, je de definities en de modellen moet maken en niet de wetten.

Openheid over informatie en een goede informatiehuishouding
Het lijkt zo simpel, maar de informatie bij de Rijksoverheid is al lange tijd niet op orde. De Belastingdienst kon de dossiers van burgers niet samenstellen en was niet in staat de Kamer goed te informeren. Daar kwam bij dat lange tijd niemand in de top van de Belastingdienst in leek te zien hoe een combinatie van maatregelen desastreus uitpakte.

De wereld op zijn kop
Als je informatiesystemen en archieven niet op orde zijn, neem je dus foute besluiten, kun je burgers niet helpen en komen sommige burgers en bedrijven helemaal klem te zitten. Het is toch vreemd dat de minister-president zorgt dat er nauwelijks gespreksverslagen zijn van zijn bijeenkomsten waarin over miljarden besloten wordt, in een land waar de thuiszorg een minutenregistratie bijhoudt van elk contact met cliënten en waar de leraar op de basisschool uitgebreide leerlingvolgsystemen moet invullen. Dit is de wereld op zijn kop en een manier om niet controleerbaar te (willen) zijn.

Informatiestandaarden
De regering gaat een regeringscommissaris hiervoor aanstellen. Dat is een eerste stap, maar er is meer nodig: de regeringscommissaris moet ook standaarden opstellen voor welke verslagen opgesteld moeten worden en welke stukken bewaard moeten worden. En de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed moet archieven controleren en boetes opleggen als de informatiesystemen en archieven niet aan wettelijke eisen voldoen”. Aldus Pieter Omtzigt.

Verder
We moeten nu verder: er is dus nog geen nieuwe regering. Op vele terreinen wordt er om beleid en bestuur geschreeuwd. ‘Het is een meervoudige crisis’. De gesprekken moeten worden gevoerd, er zullen resultaten moeten komen. Keuzes in acties en daden worden omgezet. Aan de slag: met dé waarheid. Een vraag: “Hoe bepaal jij jouw waarheid, waar je een ander van wil overtuigen?”. Welke belangen en modellen bepalen jouw meningen?

Abonneren / deelnemen: klik op deze link

Telegraafsma #30: Armoede

Willem Massier

Een goede relatie, Willem Massier, schrijft op zijn website (www.willemmassier.nl):
“Getriggerd vanuit ervaringen in mijn eigen jeugd werd ik – in aanloop naar de Tweede kamer verkiezingen in 2021 – getroffen door een artikelen reeks op ‘Follow the Money’. ‘Dit kan niet waar zijn’, dacht ik in eerste instantie, toen ik las dat in Nederland anno 2021 de armoede bewust in stand wordt gehouden. Het bleek wel waar te zijn. Ondanks het feit dat armoede en schulden grote impact hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen en hun opgroeiende kinderen. Vooral als financiële problemen langere tijd aanhouden. En laat dat nu juist aan de hand zijn.

Leven in armoede is een immens probleem. Het is lijden!
Ga maar na:
– constante stress;
– je kinderen niet kunnen geven, wat andere ouders wel kunnen;
– of als kind geen recht hebben op kinderbijslag omdat je ouders geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;
– soms in het openbaar worden gekleineerd;
– een enorm gevoel van minderwaardigheid;
– de constante be- en veroordeling vanuit de maatschappij;
– overal voor moeten verantwoorden
– meer kans op problemen met werkloosheid, uitkeringen, relaties, schulden, gezondheid, en wonen;
– niet echt kunnen meedoen in de samenleving: emancipatie en participatie van arme mensen in de samenleving is kleiner, denk maar aan de kosten voor reizen, relaties, geschenken, ontvangsten, contributies, etentjes, etc.

Kinderen krijgen al deze zaken ook mee!
Het Kinderrechten collectief schrijft in een op 30 april 2021 gepresenteerd rapport over de Nederlandse situatie, dat één op de dertien kinderen opgroeit in armoede, ook al heeft 40 procent van hen werkende ouders. De politiek houdt armoede bewust in stand!
Omdat er een prikkel vanuit zou gaan om arme mensen ‘weer’ aan het werk te krijgen, waardoor ze ‘ons’ minder kosten.
Maar …………
– iedereen met gezond verstand begrijpt, dat een mens vanuit de hierboven geschetste positie nauwelijks kans heeft op een baan die echt perspectief biedt;
– ook keihard werkende mensen (veelal ZZP-ers) en ouderen die – zonder dat ze daar iets aan konden doen – hun baan kwijt raakten, horen tot deze groep;
– er wordt dus helemaal geen rekening gehouden met wat dit voor opgroeiende kinderen en jongeren betekent en de lasten (denk aan de nu al volkomen overbelaste Jeugdzorg) en kosten die de tijdens het opgroeien opgelopen schade later voor de samenleving betekenen.

Zelfs een grondrecht als wonen staat door regeringsbeleid onder druk.
Wonen is zowel in de Grondwet als de Universele Verklaring van de rechten van de mens een grondrecht. De woningcrisis in Nederland wordt veroorzaakt, doordat dit grondrecht volledig wordt overgelaten aan het recht van de sterkste via het heilig geloof in de markt.
De situatie verbetert niet, maar verslechtert door de coronapandemie, maar ook door actuele politiek:
– tot 2035 wordt de nu volgens het CPB en SCP al € 3.000 te lage bijstandsuitkering verder afgeroomd.Het tijdens verkiezingstijd gedropte – maar ook bij andere partijen levende – idee van CDA-minister Hoekstra om de WW met nog een jaar te verkorten;
– de nieuwe deurwaarderswet die het voor mensen met schulden nog moeilijker maakt om daar ooit weer uit te komen;
– en eerder al: de verhuurdersheffing, waardoor de sociale woningbouw kwakkelt;
– de uitholling door verregaande bezuinigingen op eerst de sociale advocatuur en vervolgens de rechtbanken”.

Willem Massier zit niet stil:
“Volop inzetten op en ondersteunen van genoemde lokale initiatieven betekent meer sociale cohesie in de buurt. Het betekent ook, dat mensen elkaar meer ontmoeten, beter leren kennen en gemakkelijker gaan helpen als dat gewenst of noodzakelijk is. Tegelijkertijd biedt sociale cohesie ook grote kansen om een sociaal netwerk te bouwen en daarmee ondersteunende initiatieven veel dichterbij de doelgroep te brengen. Maar de grote boosdoener voor mensen levend in armoede of worstelend met trauma’s, schulden, laaggeletterdheid, ontslag, discriminatie en ondermijning blijkt steeds de structurele en verlammende immense stress. Ook daarvoor is een goed en warm sociaal netwerk een belangrijke weg naar verbetering van situaties: gedeelde smart is halve smart. En ook zodra mensen het aandurven de schaamte voor hun stressfactor te delen, kan het sociale netwerk ook zijn wegwijzerende en zelfs genezende werk doen”.
(Meer op de website van Willem).

Grondwettelijke taken
Ook Pieter Omtzigt wijst op het belang de grondwettelijke taken van de staat, onderwijs, volkshuisvesting, een bestaansminimum, serieus te nemen: “De Grondwet bevat ook taken die niet kunnen worden afgedwongen via een constitutioneel hof, zoals deze drie voorbeelden:
– Artikel 20.1 De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 22.2 Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 23.1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.

Sociaal minimum
We moeten deze taken echt serieus nemen als kerntaken van de overheid. Ze staan immers niet voor niets in de Grondwet. Wat artikel 20 betreft, betekent het bijvoorbeeld dat wij heel helder moeten definiëren wat het sociaal minimum is voor verschillende huishoudsamenstellingen en dat we dat vervolgens ook als uitgangspunt nemen. Niet op basis van modellen maar op basis van wat mensen echt nodig hebben. Dit zouden we elke twee jaar moeten doen. Het opnieuw geijkte sociale minimum is dan ook het uitgangspunt voor bijvoorbeeld uitkeringen en het betalen van belastingen.

Wonen
Het bevorderen van voldoende woongelegenheid (Artikel 21) is de afgelopen jaren onvoldoende gedaan. We hebben nu een tekort van 331.000 woningen. Het gevolg hiervan is dat mensen in vakantiehuisjes wonen, dat jongeren lang thuis blijven wonen, dat starters geconfronteerd worden met onbetaalbare woningen en dat er lange wachtlijsten zijn voor sociale huurwoningen. Het bouwen van extra woningen dient een topprioriteit te zijn, zoals dat ook het geval was in de wederopbouwperiode. We hebben 1 miljoen woningen nodig de komende tien jaar en daarop zullen we moeten sturen.

Onderwijs
Wat de zorg voor onderwijs betreft (Artikel 23) moeten we vaststellen dat de prestaties van 15-jarigen in het leesonderwijs hard zijn gedaald. In 2003 deed Nederland het nog goed in de Pisa-vergelijking. Slechts 11 procent van de 15-jarigen liep toen het risico op laaggeletterheid. Dat is inmiddels meer dan verdubbeld naar 24 procent in 2018. Je kunt geen kennissamenleving zijn als zo’n groot deel van de jeugd moeite heeft met lezen. De onderwijsachterstanden die in de coronatijd ontstaan zijn, maken de uitdaging alleen maar groter.

Centrale kerntaken
Het is van groot belang dat deze drie kerntaken van de overheid veel centraler komen te staan in de politiek en niet slechts vrome wensen blijven in de Grondwet”. Aldus Pieter Omtzigt.

Abonneren

Telegraafsma #28: De Grondwet

Een echte volksvertegenwoordiging?

Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872)

De Grondwet
“De Grondwet van Thorbecke uit 1848 staat bekend als een belangrijke mijlpaal in de democratisering van Nederland in de negentiende eeuw. Het brein achter deze grondwet was de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). Thorbeckes grondwet legde de basis van onze tegenwoordige parlementaire democratie. De macht van de koning werd aanzienlijk ingeperkt en de bevolking kreeg meer rechten en vrijheden.

Waarom een grondwetsherziening?
1844 kwam Thorbecke als parlementariër in de Tweede Kamer. In de tweede helft van de jaren 1840 broeide er iets, in heel Europa. Er braken in meerdere Europese landen hongersnoden uit. Honderdduizenden Europeanen emigreerden naar de Verenigde Staten. In tal van fabrieken brak er onrust uit onder de industrieslaven: de arbeiders lieten steeds luider van zich horen. Het gedachtegoed van het communisme broeide onder de oppervlakte en weldra zouden spreekbuizen als Karl Marx (1818-1883) en Friedrich Engels (1820-1895) van zich laten horen met hun Communistisch Manifest.

Revoluties en rellen

In Europa werd het in maart 1848 pas écht onrustig. Zo braken er in Duitsland en Frankrijk revoluties uit, die in Frankrijk leidde tot afzetting van de monarchie. Toen ook in Amsterdam en Den Haag relletjes uitbraken, werd Willem II, “In één nacht van uiterst conservatief uiterst liberaal.” Omdat koning Willem II na de val van de Franse monarchie bang was voor zijn positie vroeg hij Thorbecke voorzitter te worden van de door hem ingestelde Grondwetscommissie, die op 17 maart 1848 geïnstalleerd werd.

Trias politica
De nieuwe Grondwet was bijna volledig het werk van Thorbecke, wiens gedachtegoed sterk beïnvloed was door de ideeën van de Verlichtingsfilosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Montesquieu stelde een scheiding van de drie machten voor (trias politica): de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht moesten onafhankelijk van elkaar opereren om echte democratie te garanderen.

Belangrijkste bepalingen uit de Grondwet van Thorbecke
De Grondwet van Thorbecke bood veel nieuwe vrijheden en vormde de basis voor de ontwikkeling van de parlementaire democratie van vandaag de dag. De belangrijkste bepalingen uit Thorbecke’s grondwet waren:
– De ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd. Dit hield in dat de ministers verantwoordelijk zouden zijn, de koning bleef onschendbaar.
– Vrijheid van onderwijs, vereniging en vergadering, van meningsuiting en van drukpers.
– De Tweede Kamer, gemeenteraden en Provinciale Staten werden rechtstreeks gekozen via het systeem van censuskiesrecht (RG: dat wil zeggen dat bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen). De Eerste Kamer werd voortaan indirect verkozen via de provincies en niet meer rechtstreeks door de koning. Alleen de rijke elite uit elke provincie kwam in aanmerking voor eventueel lidmaatschap van de Eerste Kamer.
– De Tweede Kamer kreeg het recht van amendement (aanvullingen op de grondwet) en het recht van onderzoek.
– De koning had niet meer individuele beslissingsbevoegdheid op het koloniale beleid en ook geen invloed meer op besluiten omtrent de Rooms-Katholieke Kerk.
– De nationale begroting werd voortaan jaarlijks en niet om de twee jaar vastgesteld.
– Vergaderingen van volksvertegenwoordigers werden openbaar toegankelijk.

Kort samengevat, verloor de koning door de Grondwet van Thorbecke veel macht, de parlementaire invloed werd flink vergroot en de Nederlandse bevolking kreeg meer vrijheden.

Na de Grondwet
Hoewel Thorbeckes grondwet de bevolking veel nieuwe vrijheden bracht, kwam van de democratisering in de praktijk decennialang weinig terecht. Het percentage kiesgerechtigden bleef laag. In 1848 had 7,3 procent van de volwassen mannelijke bevolking het kiesrecht. Na de grondwet steeg dit percentage weliswaar, maar zeker niet spectaculair. In 1850-1851 was 10,8 procent van de mannelijke inwoners van 23 jaar en ouder kiesgerechtigd, een percentage dat heel langzaam groeide naar 12,1 procent in 1880. Dat betekende dat slechts 3 à 4 procent van de totale bevolking, een fractie dus, in deze jaren het kiesrecht bezat.

Marga Klompé 
In 1917 voerde de politiek het algemeen kiesrecht voor mannen in. En twee jaar later kregen ook vrouwen het actief kiesrecht, wat inhield dat zij ook mochten stemmen. Beide wijzigingen kwamen in 1922 in de herziene Nederlandse grondwet te staan. Maar de politieke vrouwenemancipatie verliep traag. Pas op12 oktober 1956 kreeg Nederland
met Marga Klompé  (1912-1986) een eerste vrouwelijke minister”. (Bron: Historiek).

Democratie
Het recht ‘te kunnen kiezen’ en ‘gekozen te kunnen worden’ is dus niet zo maar uit de lucht komen te vallen. Hoe gaan we nu met onze democratische rechten om? Pieter Omtzigt zegt er het volgende over, in zijn voorstel om te komen tot een volksvertegenwoordiging die haar kerntaken serieus neemt:

“Kerntaken
De Tweede Kamer heeft een aantal kerntaken zoals het maken van goede, deugdelijke wetgeving en het grondig en diepgaand controleren van de regering. Voor de uitoefening van haar taken maakt de Grondwet geen onderscheid tussen oppositie-Kamerleden of coalitie-Kamerleden. Beiden hebben dus diezelfde taak.

De praktijk
In de praktijk lijkt het er echter meer op dat het overal een mening over hebben, schriftelijke en mondelinge vragen stellen en in de media verschijnen, de kerntaak van parlementariërs is. Het maken van goede wetten en het controleren van de regering bij de uitvoering zijn veel taaiere, eerder onzichtbare processen, die meer aandacht vragen dan ze nu krijgen. Dit is alleen mogelijk door het werk van het parlement anders in te richten.

Details
Wetgeving wordt vaak behandeld met een algemeen verhaal van de woordvoerder waarin wordt aangegeven dat het doel van de wet wel of niet gedeeld wordt. Maar het venijn van wetgeving zit hem vaak in de details: klopt de afbakening van mensen die ergens recht op hebben of niet? Is de strafmaat veel te hoog of juist veel te laag? Dat soort vragen komt veel te beperkt aan de orde tijdens de wetsbehandeling. En Kamerleden kunnen nauwelijks detailvragen stellen.

Reglement van Orde
Het Reglement van Orde van de Kamer, dat bepaalt hoe procedures werken, voorziet wel in de mogelijkheid om wetten artikelsgewijs te behandelen, bijvoorbeeld in een wetgevingsoverleg. Maar in de praktijk gebeurt dit nooit. Bij grote wetsvoorstellen is het wel nuttig om dit te doen. Als dan blijkt dat de Kamer vastloopt, dan is het waarschijnlijk dat de praktijk ook vastloopt. Ook kan de Kamer een wetsvoorstel in twee lezingen behandelen, zoals in buitenlandse parlementen gebeurt. Sommige wetsvoorstellen worden gaande het wetgevingsproces zo verbouwd met nota’s van wijzigingen (veranderingen die de regering aanbrengt tijdens het wetgevingsproces) en amendementen (wijzigingen die de Kamer in een wetsvoorstel aanbrengt) dat het zeer zinnig is om na al die wijzigingen de samenhang van het wetsvoorstel opnieuw te bekijken voordat de wet wordt goedgekeurd of weggestemd.

Boekhouden
Verder heeft de Kamer de commissie Rijksuitgaven opgeheven. Deze commissie was onder andere belast met de behandeling van aangelegenheden van rechtmatigheid en doelmatigheid van besteding van collectieve middelen. Formeel is die taak nu overgeheveld naar de commissie Financiën. Maar in de praktijk is een aparte commissie die de honderden miljarden die de regering jaarlijks uitgeeft controleert hoognodig.

Akkoorden
De snelste manier waarop het parlement zijn macht uit handen geeft is bij grote omvattende akkoorden. Coalitiefracties keuren hele coalitieakkoorden vaak binnen een paar uur goed en zijn er dan vervolgens vier jaar lang aan gebonden. Fracties zien dan zelfs wel eens hoofdlijnen van beleid over het hoofd. Ook bij het klimaatakkoord en het pensioenakkoord laat de Kamer zich voor het blok zetten met een omvangrijk pakket. Bij deze akkoorden moet de Kamer ook echt de consistentie van het pakket en de samenhang kunnen bestuderen en op onderdelen aanpassen of verwerpen.

Illusiepolitiek
Bij de kabinetsformatie van 2021 is er een aanvullende reden om een regeerakkoord op hoofdlijnen af te sluiten: de onzekerheden rondom de coronacrisis zijn dusdanig groot dat het simpelweg illusiepolitiek is om de uitgaven in 2025 tot op de komma nauwkeurig vast te leggen.

Europa
Een vierde punt voor een beter parlement verdient nadere toelichting. De impact van de Europese afdrachten is relatief beperkt op de totale rijksbegroting. Maar de impact van de Europese wetgeving is zeer groot. De Nederlandse regering is medewetgever als lid van de Raad van Europese Unie terwijl het nationale parlement alleen indirect wetgever is. Voor het parlement is de discussie tussen de Europese ministers moeilijk te volgen, vanwege de vertrouwelijkheid en het gebrek aan transparantie. De Nederlandse regering heeft bijna nooit vetorecht, dus kan niet een voorstel in haar eentje tegenhouden, maar moet coalities smeden. En dat proces duurt relatief lang, bijvoorbeeld omdat er na een aanname van de wetgeving nog een nationale implementatietijd volgt. Daarom volgen weinig Kamerleden het hele proces van het begin tot eind. Pas wanneer Nederland de wetgeving moet implementeren, staat de politiek op haar kop, vanwege bijvoorbeeld de stikstofwetgeving, Natura 2000-wetgeving of binnenkort de btw-richtlijn voor e-commerce die op 1 juli 2021 ingaat. Op dit punt heeft het parlement wel een paar instrumenten, maar het is echt nodig dat de Kamer vaker één of twee rapporteurs aanstelt om het hele wetgevingsoverleg volgen, wanneer een wetgevingsvoorstel potentieel grote impact voor Nederland heeft. Dat betekent dus dat een parlementariër aan het begin van het proces, wanneer er nog gediscussieerd wordt over de teksten, al een inschatting moet maken van de potentiële effecten op Nederland. Dat vereist tijd, kennis en specialistische ondersteuning, maar die zijn wel hoognodig. Vooral in een gefragmenteerde Kamer met meer dan tien fracties zullen deze allemaal een keer een beurt moeten nemen in het algemeen belang”. Aldus Pieter Omtzigt.

Wat denk jij?
Van Thorbecke tot Omtzigt: hoe denk jij dat onze democratie (nu) functioneert?
(email-link).

Abonneren / deelnemen (klik link)